De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om drie minderjarige kinderen onder toezicht te stellen vanwege ernstige zorgen over hun sociaal-emotionele ontwikkeling en het ontbreken van constructieve samenwerking tussen de ouders. De kinderen zijn geboren in 2011, 2013 en 2015 en wonen deels bij vader en deels bij moeder, met een co-ouderschapsregeling. Sinds januari 2026 woont de oudste volledig bij de moeder en is het contact met de vader verbroken.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden ook de kinderen gehoord. De Raad en de gecertificeerde instelling stelden dat de spanningen tussen de ouders leiden tot gedragsproblemen en schoolverzuim bij de kinderen, met name bij de oudste. De ouders erkennen de problemen en steunen het verzoek tot ondertoezichtstelling, waarbij de vader het herstel van contact met de oudste kind benadrukt.
De kinderrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan, omdat de kinderen ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling door de conflicten tussen de ouders. De maatregel wordt voor de duur van een jaar opgelegd met als doelen het verbeteren van de samenwerking tussen ouders, het in kaart brengen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen en het herstellen van het contact tussen vader en oudste kind. De beschikking is direct uitvoerbaar en er is hoger beroep mogelijk.