De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 maart 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1947, die verblijft in een zorgaccommodatie na een inbewaringstelling door de burgemeester.
Betrokkene verzet zich tegen de machtiging en stelt dat hij goed functioneert en naar huis wil, waar hij zichzelf kan verzorgen. De verpleegkundig specialisten en zorgcoördinator rapporteren echter dat betrokkene 24-uurs zorg nodig heeft, thuis niet tijdig eet en drinkt, medicatie vergeet en verbale agressie vertoont, terwijl zijn partner overbelast is.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een gemengde dementie (Alzheimer en vasculaire dementie) en dat het gedrag leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en verwaarlozing. Gezien de ernst en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, wordt de machtiging voor zes maanden verleend, ondanks het verzet van betrokkene.
De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 16 maart 2026, met mogelijkheid tot cassatie.