De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1990, die verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en gaf aan niet gehoord te willen worden.
De medische verklaringen en het zorgplan toonden aan dat betrokkene lijdt aan paranoïde schizofrenie, verslavingsstoornissen en psychosociale problemen, met ernstig nadeel zoals psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en agressie naar derden. Betrokkene vertoont zorgmijdend gedrag en heeft geen ziekte-inzicht, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden tot 11 augustus 2026.
De advocaat van betrokkene voerde verweer dat er geen ernstig nadeel is en dat betrokkene niemand tot last is, maar dit werd door de rechtbank verworpen op basis van de medische en gedragsgegevens. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie.