De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1976, die verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene lijdt aan chronische schizofrenie en psychosociale problemen, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het redelijk met haar gaat en zij de zorg accepteert, maar zij is het niet eens met de medicatiedosering en vermoedt dat zij gestalkt wordt. De behandelaar bevestigde dat betrokkene medicatie gebruikt maar vaak discussieert over de dosering en vreest dat zij zonder verplichte zorg zal stoppen met medicatie, wat eerder tot zwerven leidde. De advocaat van betrokkene pleitte afwijzing van het verzoek omdat er sprake is van vrijwillige samenwerking.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en zorgmijder is, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is. De verplichte zorg is noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden en de gezondheid te stabiliseren. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt verleend voor twaalf maanden tot 2 maart 2027.