Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1948, voor de duur van zes maanden. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil terug naar huis, terwijl de specialist ouderengeneeskunde een progressieve ziekte en noodzaak van 24-uurszorg vaststelde.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een specialist ouderengeneeskunde. De dochter en een verpleegkundige waren aanwezig maar werden niet gehoord. De specialist stelde dat betrokkene lijdt aan uitgebreide neurocognitieve stoornissen door cerebrale amyloïde apathie en een doorgemaakte beroerte, met ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verstoorde ontwikkeling, agressie, en gevaar voor veiligheid.
De rechtbank concludeerde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen, mede omdat betrokkene medicatie en zorg weigert en thuis onvoldoende zorg kan worden geboden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, tot 2 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.