Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2447

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/02/444990 / FA RK 26-759
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1948, voor de duur van zes maanden. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil terug naar huis, terwijl de specialist ouderengeneeskunde een progressieve ziekte en noodzaak van 24-uurszorg vaststelde.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een specialist ouderengeneeskunde. De dochter en een verpleegkundige waren aanwezig maar werden niet gehoord. De specialist stelde dat betrokkene lijdt aan uitgebreide neurocognitieve stoornissen door cerebrale amyloïde apathie en een doorgemaakte beroerte, met ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verstoorde ontwikkeling, agressie, en gevaar voor veiligheid.

De rechtbank concludeerde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen, mede omdat betrokkene medicatie en zorg weigert en thuis onvoldoende zorg kan worden geboden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, tot 2 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door een psychogeriatrische aandoening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444990 / FA RK 26-759
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde.
1.3.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:
  • mevrouw [persoon 2] , dochter van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 3] , verpleegkundige.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij zich niet thuis voelt op de afdeling en liever naar huis gaat. Betrokkene is van mening dat het ernstig nadeel zoals beschreven in het dossier niet klopt.
3.2.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart dat er bij betrokkene sprake is van een progressieve ziekte. Betrokkene heeft een beroerte gehad en zijn (fysieke en geestelijke) gezondheid gaat niet meer verbeteren. Daarnaast is de specialist ouderengeneeskunde van mening dat betrokkene 24-uurs-zorg nodig heeft die in de thuissituatie niet geboden kan worden. Op de afdeling wordt gezien dat betrokkene zichzelf niet kan verzorgen. Voorts ontbreekt het betrokkene aan ziekte-inzicht en ziektebesef. De afgelopen maanden wordt gezien dat betrokkene snel achteruitgaat, waarbij de hallucinaties regelmatig terugkomen. Er is gezocht naar een onderliggende oorzaak, maar doordat betrokkene niet echt meewerkt aan het doen van testen en aanvullend medisch onderzoek is dit lastig te onderzoeken.
3.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de wens van betrokkene om terug naar huis te gaan.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten uitgebreide neurocognitieve stoornissen door vasculaire en progressieve neurodegeneratieve etiologie, namelijk cerebrale amyloïd apathie (CAA) en de doorgemaakte beroerte (CVA).
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstig verstoorde ontwikkeling van betrokkene, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene wisselend onrustig is in zijn gedrag in de vorm van agitatie, achterdocht, wantrouwen en verwardheid met hallucinaties. Er is sprake van een aanzienlijk risico op dwaalgedrag bij desoriëntatie, een slecht slaappatroon en het omdraaien van het dag- en nachtritme. De zorg rondom de algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt geweigerd door betrokkene waardoor een kans op ernstige verwaarlozing dreigt. Voorts is er sprake van een verhoogd valrisico, onveilige eet- en drinkmomenten en betrokkene weigert de nodige medicatie.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene afhankelijk is van 24-uurszorg en begeleiding om tot een goede dagstructuur te komen. Een terugkeer naar huis waarborgt de veiligheid, het mentaal en lichamelijk welbevinden niet omdat betrokkene medicatie en zorg weigert.
4.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft meerdere keren aan dat hij naar huis wil verhuizen omdat hij nog goed thuis kan wonen. Betrokkene voelt zich opgesloten en geeft daarom eveneens aan niet hier te willen blijven.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Het mantelzorgsysteem kan de zorg niet meer bieden vanwege forse overbelasting. Daarnaast is er meer begeleiding en juiste structuur nodig dan in de thuissituatie of op de somatische afdeling kan worden geboden.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.