Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2449

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/02/445043 / FA RK 26-795
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1947, vanwege een progressieve psychogeriatrische aandoening. De zitting vond plaats met gesloten deuren waarbij betrokkene, zijn echtgenote, zonen en casemanager werden gehoord.

Betrokkene wilde thuis blijven wonen en zag geen noodzaak voor opname. De casemanager en echtgenote stelden echter dat betrokkene door zijn ziekte onvoorspelbaar en soms explosief gedrag vertoont, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en verwaarlozing. De thuissituatie was problematisch en de echtgenote kon de zorg niet langer dragen.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan dementie van het type Alzheimer met Lewy Body en dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Er waren geen minder bezwarende alternatieven en de thuissituatie bood onvoldoende zorg. De machtiging werd daarom voor zes maanden toegekend, ondanks het verzet van betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445043 / FA RK 26-795
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon] , casemanager;
  • de echtgenote van betrokkene;
  • de zonen van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokken geeft aan dat hij thuis wil blijven wonen en niet in ziet waarom hij moet verhuizen.
3.2.
De casemanager voert, samengevat, aan dat het gezien de veiligheid van betrokkene niet meer verantwoord is om thuis te blijven wonen. Er is sprake van een progressieve ziekte en betrokkene begrijpt de wereld niet meer. Hierdoor wordt hij boos en soms explosief. De echtgenote van betrokkene verleent al meer dan een jaar de zorg boven haar kunnen. Voorts is er van alles geprobeerd, zoals uitbreiding van de dagbesteding op de zorgboerderij en het verhogen van medicatie, zonder dat dit de toestand van betrokkene heeft verbeterd.
3.3.
De echtgenote van betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene de zorg op de zorgboerderij niet accepteert. Wanneer de taxi klaar staat om hem op te halen thuis wordt hij heel boos tegen de chauffeur. Daarnaast wordt betrokkene heel bang en angstig op moment dat het begint te schemeren, aldus de echtgenote.
3.4.
De zonen van betrokkene geven aan dat hij éénmaal uit de taxi is gezet. De taxichauffeur vond dat het onverantwoord was om verder te rijden, gezien het explosieve gedrag van betrokkene.
3.5.
De advocaat geeft aan dat er bij betrokkene naar zijn zeggen geen sprake is van een psychogeriatrische aandoening. Daarnaast betwist betrokkene het ernstig nadeel en is een opname volgens hem niet noodzakelijk. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie van het type Alzheimer d.d. Lew Body.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat er sprake is van verbale en recent ook fysieke agressie vanuit betrokkene. Betrokkene is erg onrustig waarbij hij veel heen en weer door het huis loopt en dan ook weg wil. De echtgenote heeft de voordeur en poort vergrendeld, zodat betrokkene alleen nog de tuin in kan vluchten. Betrokkene loopt zijn echtgenote gedurende de dag overal achterna en de achterdocht is in hoge mate aanwezig. Daarnaast wordt bij de dagbesteding gezien dat betrokkene de laatste tijd toenemend onrustig en wisselend in stemming is en laat hij ook ongrijpbaar gedrag zien. Betrokkene is ongeremd in eten en drinken en weigert met regelmaat de medicatie. Bij het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen heeft betrokkene begeleiding nodig. Ook heeft hij geen regie over zijn eigen leven en heeft hij hulp nodig bij het vormgeven van dagstructuur.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
4.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene weigert verbaal mee te werken aan een verhuizing naar een zorginstelling. Betrokkene ziet niet in dat de zorg en begeleiding in de thuissituatie ontoereikend is.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Betrokkene gaat drie keer per week naar de dagbesteding, maar heeft zoveel één op één begeleiding nodig dat zij dit niet meer kunnen leveren. Daarnaast is medicatie in maximale dosering gegeven, maar dit heeft onvoldoende effect. Voorts dreigt de echtgenote van betrokkene uit te vallen.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.