Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1947, vanwege een progressieve psychogeriatrische aandoening. De zitting vond plaats met gesloten deuren waarbij betrokkene, zijn echtgenote, zonen en casemanager werden gehoord.
Betrokkene wilde thuis blijven wonen en zag geen noodzaak voor opname. De casemanager en echtgenote stelden echter dat betrokkene door zijn ziekte onvoorspelbaar en soms explosief gedrag vertoont, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en verwaarlozing. De thuissituatie was problematisch en de echtgenote kon de zorg niet langer dragen.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan dementie van het type Alzheimer met Lewy Body en dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Er waren geen minder bezwarende alternatieven en de thuissituatie bood onvoldoende zorg. De machtiging werd daarom voor zes maanden toegekend, ondanks het verzet van betrokkene.