Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2451

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/02/444929 / FA RK 26-725
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens Alzheimer

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 maart 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1937, die lijdt aan Alzheimer.

Tijdens de zitting met gesloten deuren werden betrokkene, haar dochter en een praktijkondersteuner gehoord. Betrokkene gaf aan graag thuis te willen blijven en vond drie dagen dagbesteding per week voldoende. De praktijkondersteuner en dochter stelden echter dat betrokkene steeds meer zorg nodig heeft vanwege deliergevoeligheid, verward gedrag, achteruitgang in zelfzorg en een gebrek aan ziekte-inzicht.

De rechtbank oordeelde dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder psychische schade, verwaarlozing en veiligheidsrisico's. De thuissituatie kan niet langer de benodigde 24-uurszorg bieden. Minder bezwarende alternatieven zijn onvoldoende gebleken. Daarom werd de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend, met als doel het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend wegens ernstig nadeel door Alzheimer.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444929 / FA RK 26-725
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , dochter van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 2] , praktijkondersteuner.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij voor haar doen en leeftijd alles nog best goed bijhoudt. Haar dochter doet voor haar de boodschappen. Betrokkene is van mening dat drie dagen dagbesteding in de week meer dan genoeg is omdat zij erg graag thuis is. Voorts geeft betrokkene aan dat ze wel wil verhuizen, maar nu nog niet.
3.2.
De praktijkondersteuner verklaart dat betrokkene meer deliergevoelig gaat worden met als gevolg zwerven. Zeer recent was betrokkene haar sleutel kwijt en dan is ze totaal in paniek. Betrokkene weet dan niet meer wat ze doet met als gevolg dat ze niemand kan alarmeren. Daarnaast gaat de zelfzorg steeds meer achteruit en is er geen ziekte-inzicht bij betrokkene. Volgens de praktijkondersteuner is betrokkene wisselend in welke zorg ze toelaat.
3.3.
De dochter geeft aan dat er steeds meer zorg bij komt. Betrokkene heeft 24-uurs-zorg nodig zodat er rust ontstaat.
3.4.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de wens van betrokkene om thuis te blijven wonen. Gelet op de zorgen zou het daarentegen beter zijn dat betrokkene meer zorg ontvangt.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene in pyjama de straat op loopt met de nodige risico’s van dien, gezien het feit dat de temperaturen dalen en omdat betrokkene gedesoriënteerd kan zijn in tijd, plaats en persoon. Daarnaast verslechtert de lichamelijke verzorging van betrokkene door inadequate medicatie-inname en slechte zelfzorg op gebied van eten, drinken en hygiëne. Voorts is betrokkene snel onzeker en raakt in paniek waardoor zij ook regelmatig beroep doet op haar dochter en zij is zwaar overbelast.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
4.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft aan dat zij nog graag in haar eigen huis woont en alles nog zelfs doet. Volgens haar is een verhuizing naar een verpleeghuis helemaal niet nodig. Daarnaast geeft betrokkene aan dat ze niet kan zeggen dat ze het nooit wil, maar het nu niet kan zeggen, omdat ze bang is dat ze er later spijt van krijgt.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. De alternatieven zijn al ingezet en hield de thuissituatie in wankel evenwicht, maar door de toenemende achteruitgang gaat de inzet van zorg steeds verder tekortschieten.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.