De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 maart 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1937, die lijdt aan Alzheimer.
Tijdens de zitting met gesloten deuren werden betrokkene, haar dochter en een praktijkondersteuner gehoord. Betrokkene gaf aan graag thuis te willen blijven en vond drie dagen dagbesteding per week voldoende. De praktijkondersteuner en dochter stelden echter dat betrokkene steeds meer zorg nodig heeft vanwege deliergevoeligheid, verward gedrag, achteruitgang in zelfzorg en een gebrek aan ziekte-inzicht.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder psychische schade, verwaarlozing en veiligheidsrisico's. De thuissituatie kan niet langer de benodigde 24-uurszorg bieden. Minder bezwarende alternatieven zijn onvoldoende gebleken. Daarom werd de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend, met als doel het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.