ECLI:NL:RBZWB:2026:2471
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete opgelegd door de inspecteur over de periode van 23 juli 2023 tot 28 februari 2024. De rechtbank behandelde het beroep op 27 februari 2026.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep, omdat het beroepschrift pas op 29 januari 2025 door de inspecteur werd ontvangen, ruim na het verstrijken van de beroepstermijn die liep tot 30 oktober 2024. Belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding te wijten was aan gebrekkige postbezorging in Turkije, waar hij sinds 24 juli 2024 woonde.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende op de hoogte was van de termijn en de uiterlijke datum van de uitspraak op bezwaar, mede door ontvangstbevestiging en mededeling van verlenging. Gezien het feit dat belanghebbende geen voorzorgsmaatregelen had genomen, zoals het aanhouden van een postadres in Nederland, was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Belanghebbende kreeg het griffierecht niet terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.