ECLI:NL:RBZWB:2026:2525

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
11515063 \ MB VERZ 25-156
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onduidelijkheid over decibelkiller

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op de Rijsbergseweg te Breda op 8 oktober 2023. Betrokkene stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden omdat het voertuig was uitgerust met een decibelkiller, die de verbalisant niet had waargenomen of gemeten.

De verbalisant had geen meting verricht en vermeldde niet hoe hij had vastgesteld dat er geen decibelkiller aanwezig was. Betrokkene onderbouwde zijn standpunt met foto's en gaf aan dat de decibelkiller zich in een gat in de demper bevindt, wat de verbalisant over het hoofd had gezien.

De kantonrechter twijfelde aan de verklaring van de verbalisant en gaf betrokkene het voordeel van de twijfel. Hierdoor werd vastgesteld dat de gedraging niet vaststond en de boete ten onrechte was opgelegd. De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking werden vernietigd en het betaalde bedrag van €289,- werd terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11515063 \ MB VERZ 25-156
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 10 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.E.F. Heling (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken op de Rijsbergseweg te Breda op 8 oktober 2023 om 16.32 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft een decibelkiller op het voertuig, die zich tussen de uitlaat en de demper bevindt. De verbalisant heeft geen meting verricht en de decibelkiller niet gezien. Betrokkene heeft zijn standpunt met foto’s onderbouwd.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de verbalisant alleen naar de demper heeft gekeken. De decibelkiller zit echter in het gat in de demper. Betrokkene ontkent extra gas te hebben gegeven om toeren te maken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft in het zaakoverzicht niet duidelijk vermeld hoe hij heeft geconstateerd dat er ten tijde van de gedraging geen decibelkiller op het voertuig aanwezig was. Er kan daarom niet met zekerheid worden vastgesteld dat er geen decibelkiller op het voertuig aanwezig was.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de kantonrechter reden ziet om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant dat een decibelkiller ontbrak. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt niet op welke wijze hij heeft geconstateerd dat er geen decibelkiller op het voertuig aanwezig was. De kantonrechter geeft betrokkene het voordeel van de twijfel. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,-, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: