Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2529

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/02/444951/ JE RK 26-248
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking correctie periode machtiging gesloten jeugdhulp minderjarige

De Stichting Jeugdbescherming Brabant verzocht de kinderrechter om herstel van een eerder genomen beschikking waarin de periode van de machtiging gesloten jeugdhulp onjuist was vermeld. De oorspronkelijke beschikking gaf een periode van twee maanden aan, terwijl de feitelijke bedoeling was een periode van drie maanden toe te kennen.

De kinderrechter constateerde dat er sprake was van een kennelijke fout in de beschikking van 12 februari 2026, die op 26 februari 2026 schriftelijk was vastgelegd. In de beoordeling werd een periode van drie maanden genoemd, maar in de beslissing stond abusievelijk een periode van twee maanden vermeld.

De rechtbank oordeelde dat deze fout eenvoudig te herstellen was zonder de betrokken partijen vooraf te horen. De beschikking werd daarom hersteld zodat de machtiging gesloten jeugdhulp geldt van 18 februari 2026 tot uiterlijk 18 mei 2026.

De uitspraak werd op 3 maart 2026 in het openbaar gedaan door kinderrechter Van Leuven, met mr. Joosen als griffier. Tegen deze herstelbeschikking is geen hoger beroep mogelijk, en de wijziging heeft geen invloed op de mogelijkheden tot hoger beroep tegen de oorspronkelijke beschikking.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de beschikking door de periode van de machtiging gesloten jeugdhulp te verlengen van twee naar drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444951/ JE RK 26-248
Datum uitspraak: 3 maart 2026
herstelbeschikking
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de GI,
over de minderjarige
[minderjarige] ,geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: Z. Yeral te Roosendaal.
De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbenden aan:
[minderjarige], voornoemd,
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. F. Pool te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de
Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te
noemen: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd..

1.Het verzoek

1.1
Op 26 februari 2026 is ter griffie binnengekomen een bericht van de GI, waarin de kinderrechter is verzocht om herstel van de op 26 februari 2026 in deze zaak op schrift gestelde beslissing, in die zin dat de periode van de machtiging gesloten jeugdhulp in de beslissing niet goed is opgenomen en met het verzoek de verlening van de machtiging daarom in te laten gaan van 18 februari 2026 tot 18 mei 2026.

2.De beoordeling

2.1
Gebleken is dat de door de kinderrechter in deze zaak gegeven beschikking een kennelijke fout bevat.
2.2
In de beschikking van 12 februari 2026, op schrift gesteld op 26 februari 2026, is in de beoordeling in rechtsoverweging 6.3 opgenomen dat de gesloten plaatsing voor de duur van drie maanden wordt toegewezen, terwijl in de beslissing in rechtsoverweging 7.1
abusievelijk staat opgenomen dat de machtiging gesloten jeugdhulp wordt verleend van 18 februari 2026 tot 18 april 2026 hetgeen slechts twee maanden betreft.
De correcte periode had dan ook moeten zijn van 18 februari 2026 tot 18 mei 2026.
De kinderrechter is van oordeel dat deze kennelijke fout daarom voor eenvoudig herstel vatbaar is en zal overgaan tot herstel van die beschikking, zonder de overige betrokkenen daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten.
2.3
Het verzoek zal dan ook worden toewezen als volgt.

3.De beslissing

De kinderrechter:
3.1
verbetert voormelde beschikking van 12 februari 2026, zodanig dat rechtsoverweging 7.1. als volgt komt te luiden:
7.1.
verleent een machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] met ingang van 18 februari 2026 tot uiterlijk 18 mei 2026.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Joosen als griffier.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.
Deze beschikking brengt geen wijziging in de mogelijkheden en/of de termijn van hoger beroep tegen de beschikking die thans is verbeterd.