Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2534

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/02/445131 / FA RK 26-843
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en angststoornis

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1948, voor de duur van zes maanden. Betrokkene lijdt aan gevorderde dementie en een angststoornis, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, haar echtgenoot, dochter en casemanager dementie gehoord. Betrokkene verzet zich tegen opname en weigert thuishulp en dagbesteding, terwijl haar echtgenoot als fulltime mantelzorger overbelast raakt en zijn eigen activiteiten heeft moeten opgeven. De casemanager bevestigt dat medicatie onvoldoende effect heeft en dat opname in een Wzd-instelling passend is.

De rechtbank oordeelt dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, gezien de psychogeriatrische aandoening en het gedrag van betrokkene. Minder bezwarende alternatieven zijn geprobeerd maar door betrokkene afgewezen. De machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, tot 3 september 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en angststoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445131 / FA RK 26-843
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager dementie;
  • de heer [persoon 2] , echtgenoot van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 3] , dochter van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene heeft aangegeven dat zij nergens heen gaat. Zij gaat niet bij anderen wonen. Zij hoort thuis in haar huis. Betrokkene is blij dat haar echtgenoot er voor haar is. Door haar angsten gaan zij bijna niet meer naar buiten. Zij gaan alleen nog samen naar het plein in de buurt. Betrokkene wil verder gaan zoals het nu gaat. Zij ziet niet hoe het anders zou kunnen. Zij wil niet dat er vreemde mensen in huis komen. Volgens betrokkene is haar echtgenoot niet ‘op’. Hij moet bij haar blijven. Zij begrijpt dat het moeilijk voor hem is dat hij niet weg kan gaan om bijvoorbeeld te gaan biljarten, maar ze kunnen samen naar het plein gaan, aldus betrokkene.
3.2.
De casemanager dementie zegt dat geprobeerd is om de thuishulp op te hogen, maar betrokkene zet deze steeds buiten. Ondanks dat tegen betrokkene verteld is dat het ophogen van thuishulp ervoor kan zorgen dat zij thuis kan blijven, blijft betrokkene bij haar standpunt dat zij geen thuishulp wil. Er is bij betrokkene sprake van dementie maar ook van angst- en spanningsklachten. Voor deze klachten is medicatie ingezet maar dat heeft niet geholpen. Zij kan niet alleen blijven. Haar echtgenoot heeft hiervoor hobby’s buitenshuis moeten opgeven. Anders dan betrokkene denkt, kan de echtgenoot het niet langer volhouden. Bij toewijzing van het verzoek zal worden ingezet op plaatsing binnen een Wzd instelling en zal gekeken wordt of dit passend is voor betrokkene.
3.3.
De echtgenoot van betrokkene zegt dat hij fulltime mantelzorger is. Dat is pittig en moeilijk. Hij weet niet of hij dat nog lang kan volhouden. De dochter heeft daarop aangevuld dat zij de problemen heeft zien oplopen. Haar moeder is agressief en zij ziet haar vader steeds ongelukkiger worden. Hij heeft somatische klachten. De dochter stelt dat zij zich zorgen maakt over haar vader, zij weet niet hoe lang hij nog overeind kan blijven.
3.4.
De advocaat van betrokkene heeft aangevoerd dat er sprake is van een lastige situatie. Hoewel er nog aanvullende thuishulp zou kunnen worden ingezet wil betrokkene niet meedenken aan oplossingen. Dat is jammer, vooral ook gelet op de positie van de echtgenoot van betrokkene. Namens betrokkene ondersteunt de advocaat betrokkene in haar standpunt en refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk gevorderde cognitieve stoornissen op basis van dementie. De diagnose is in april 2017 gesteld door een neuroloog. Mogelijk is daarnaast sprake van een onderliggend stemmingsprobleem. Betrokkene heeft ook een angststoornis. De rechtbank volgt de casemanager dementie in haar stelling dat de psychogeriatrische aandoening van betrokkene voorliggend is, omdat zij bij toewijzing van het verzoek in een Wzd-instelling zal worden geplaatst. Daarmee valt het verzoek binnen de reikwijdte van de Wet zorg en dwang (Wzd).
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat betrokkene met haar echtgenoot niet meer de activiteiten kan ondernemen die zij voorheen wel deden. Zij komen nauwelijks buiten door de angsten van betrokkene. Het psychisch lijden bij betrokkene blijft in stand in haar huidige situatie. Daarnaast is er een ernstig risico op overbelasting bij de echtgenoot. Hij is 24 uur per dag bezig met zorgtaken en het begeleiden van betrokkene. Hij kan geen eigen activiteiten ondernemen. Betrokkene kan ook erg boos worden en met voorwerpen gooien naar haar echtgenoot.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Vanwege haar dementie en angststoornis is betrokkene afhankelijk van zorg. Zij heeft 24 uur nabijheid in de zorgtaken en begeleiding nodig.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Zij geeft verbaal aan niet opgenomen te willen worden. Zij accepteert ook geen andere alternatieven. Betrokkene weigert dagbesteding en inzet van zorg en begeleiders die haar thuis kunnen begeleiden. Alleen haar echtgenoot mag haar helpen. Deze houding van betrokkene is ook ter zitting zichtbaar en zij is hier stellig in. Zij heeft bij herhaling aangegeven dat haar echtgenoot bij haar moet blijven, dat hij niet weg kan en dat er geen vreemde mensen in haar huis mogen komen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Deze zijn betrokkene geboden maar door haar afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier, en op schrift gesteld op 18 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.