Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een accommodatie in verband met ernstig verward gedrag en een psychotische stoornis. De burgemeester van Breda had de crisismaatregel op 1 maart 2026 afgegeven. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze maatregel.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals een psychiater die haar toestand toelichtte. Betrokkene vertoont agressief en onsamenhangend gedrag, wisselend in taalgebruik en met momenten van ernstige agitatie en schreeuwen. De psychiater stelde dat het gedrag mogelijk voortkomt uit complicaties van eerdere herseninfarcten of een delier.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. De verplichte zorg die noodzakelijk is, omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en opname in een accommodatie. Andere gevraagde zorgvormen werden afgewezen. Betrokkene verzet zich tegen de zorg en wil naar huis, maar is niet in staat hulpverleningsafspraken te maken.
De rechtbank achtte geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar en vond de toegewezen zorg evenredig en effectief. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor de duur van drie weken, tot en met 24 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.