Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2536

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/02/445453 / FA RK 26-1026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met bipolaire stemmingsstoornis voor zes maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1958. De eerdere zorgmachtiging liep af op 28 februari 2026. Het verzoek was te laat ingediend en werd daarom als een nieuw verzoek beschouwd.

Betrokkene ontkent de diagnose bipolaire stemmingsstoornis en stelt dat hij geen manisch-depressieve stoornis heeft, maar wel ondersteuning kan gebruiken. De psychiater bevestigt de diagnose en benadrukt de noodzaak van verplichte zorg vanwege een manisch psychotisch toestandsbeeld, medicatiestop en suïcidale neigingen. Een goede vriendin bevestigt dat betrokkene medicatie onregelmatig gebruikte en hulp nodig heeft.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder maatschappelijke teloorgang en agressie. Betrokkene is niet behandeltrouw en heeft geen ziekte-inzicht. Er zijn geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden. Daarom wordt de zorgmachtiging voor zes maanden verleend met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie, met beperkingen afhankelijk van de toestand van betrokkene.

De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 en schriftelijk vastgesteld op 18 maart 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen voor betrokkene met een bipolaire stemmingsstoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445453 / FA RK 26-1026
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1958 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. H.M.Th. de Pont uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] , psychiater;
  • mevrouw [persoon 2] , goede vriendin van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1
Bij beschikking van 29 augustus 2025 heeft de rechtbank een zorgmachtiging voor betrokkene verleend tot en met 28 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene heeft aangegeven dat de noodzaak van een zorgmachtiging er in zijn ogen niet echt is, maar dat hij wel ondersteuning kan gebruiken. Hij vindt dat hij niet netjes behandeld is door instanties rondom zijn opname; de regels zijn niet nageleefd. Betrokkene vindt niet dat hij een bipolaire stemmingsstoornis heeft. Hij is depressief geweest maar hij is niet manisch depressief. De omstandigheden speelden ook mee. Het ging goed met hem en hij is gewoon gestopt met de medicatie. Betrokkene stelt dat hij de verkeerde (combinatie) medicatie gekregen heeft. Zonder medicatie heeft hij meer rust, aldus betrokkene.
4.2.
De psychiater zegt dat betrokkene wel een bipolaire stemmingsstoornis heeft en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is. Betrokkene laat een manisch psychotisch toestandsbeeld zien, waarvoor medicatie essentieel is. Na zijn recente opname is betrokkene direct met zijn medicatie gestopt. Dit heeft tot gevolg dat betrokkene decompenseert. Daardoor wordt betrokkene passiever op het gebied van financiën en zelfzorg en heeft hij suïcidale neigingen. Betrokkene heeft medicatie nodig zodat hij weer wat regie over zijn leven krijgt en ernstig nadeel kan worden voorkomen. Betrokkene is niet te motiveren om zijn medicatie te gebruiken. Zijn ziektebesef is beperkt, het ziekte-inzicht is niet aanwezig. Wanneer betrokkene niet van de noodzaak van medicatie te overtuigen is en hij achteruit gaat, zal worden overgegaan op depotmedicatie. Volgens de psychiater zijn alle verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk, met dien verstande dat het toedienen van vocht en voeding en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen niet nodig zijn. Onder het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten moet worden verstaan dat betrokkene contact houdt met het ambulant team en de aanwijzingen van het ambulant team opvolgt.
4.3.
De goede vriendin van betrokkene heeft gezegd dat betrokkene tijdens zijn recente opname zijn medicatie niet altijd heeft ingenomen. Hij nam deze alleen in als hij wist dat er een medische controle werd verricht. Betrokkene heeft hulp nodig maar hij heeft ook een netwerk. Zo kijkt zijn nichtje mee met zijn financiën. In januari 2026 ging het slecht met betrokkene, maar nu komt hij zijn afspraken na. Zij kan niet beoordelen of een zorgmachtiging nodig is maar betrokkene probeert zijn weg te vinden zonder medicatie. Hij onderneemt nu ook weer dingen.
4.4.
De advocaat van betrokkene heeft aangevoerd dat de stoornis van betrokkene nu niet ter discussie staat. Betrokkene geeft aan dat hij ondersteuning nodig heeft, maar dat er sprake is van een verbetering van zijn situatie. Daar waar het eerder echt niet goed met hem ging, is betrokkene nu rustig. Betrokkene heeft geen probleem met een zorgmachtiging maar hij vindt het ook niet nodig. Hij kan zelf beslissingen nemen, zoals het inschakelen van derden. De advocaat volgt betrokkene in zijn standpunt en vraagt om het verzoek af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank stelt allereerst vast dat het verzoek te laat is ingediend, dat wil zeggen niet vier weken voor afloop van de huidige zorgmachtiging. De rechtbank kon bovendien niet eerder dan na het verstrijken van de aflooptermijn van de vorige zorgmachtiging beslissen op het verzoek. De vorige zorgmachtiging is op 28 februari 2026 afgelopen. Verwijzend naar de jurisprudentie hierover beschouwt de rechtbank het verzoek als een verzoek om een nieuwe zorgmachtiging te verlenen.
5.2.
Gelet op hetgeen hiervoor in 5.1. is overwogen, zal de rechtbank de gevraagde machtiging verlenen voor de maximale duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.3.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen. Hoewel betrokkene zich niet herkent in de psychische stoornis in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen, ziet de rechtbank geen reden om op dit punt te twijfelen aan het medisch oordeel van de psychiater. Deze diagnose is al lang geleden gesteld en wordt bevestigd in de medische verklaring en door de psychiater tijdens de zitting.
5.4.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.5.
Uit de stukken en hetgeen is besproken ter zitting blijkt dat wanneer betrokkene decompenseert hij passiever wordt op het gebied van financiën en zelfzorg en hij suïcidale neigingen heeft. Tijdens een eerdere ontregeling heeft betrokkene grote sommen geld uitgegeven en verwaarloosde hij zichzelf. Betrokkene heeft een conflict met zijn huurbaas. Hij betaalt zijn huur nu niet en dit kan leiden tot verlies van zijn woonruimte. Verder heeft betrokkene een beperkt netwerk. Tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene nu geen medicatie gebruikt en niet te motiveren is dit alsnog op te starten. Als betrokkene niet behandeltrouw is kan dit leiden tot een nieuwe of verdere ontregeling en voortzetting van zijn maatschappelijke teloorgang.
5.6.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.7.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de situatie van betrokkene nu erg kwetsbaar is. Hij is zeer recent met ontslag gegaan. Tijdens de opname heeft betrokkene zijn medicatie beperkt ingenomen en na de opname is hij volledig gestopt met zijn medicatie. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en -inzicht. Het behandelteam verwacht dat betrokkene weer manisch wordt als hij zijn medicatie niet inneemt. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg worden daarom toegewezen. Van de zorgmodaliteiten het beperken van de bewegingsvrijheid en daaraan gekoppeld insluiten en het opnemen in een accommodatie is enkel sprake wanneer betrokkene psychotisch decompenseert. Het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten ziet op het accepteren en onderhouden van periodieke contacten met het ambulant team en heeft geen betrekking op het onderdeel ‘gebruik van communicatiemiddelen’. Gebleken is dat voor andere dan de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg geen noodzaak is. Deze zullen daarom worden afgewezen.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1958 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.8. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 september 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier, en op schrift gesteld op 18 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.