De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1958. De eerdere zorgmachtiging liep af op 28 februari 2026. Het verzoek was te laat ingediend en werd daarom als een nieuw verzoek beschouwd.
Betrokkene ontkent de diagnose bipolaire stemmingsstoornis en stelt dat hij geen manisch-depressieve stoornis heeft, maar wel ondersteuning kan gebruiken. De psychiater bevestigt de diagnose en benadrukt de noodzaak van verplichte zorg vanwege een manisch psychotisch toestandsbeeld, medicatiestop en suïcidale neigingen. Een goede vriendin bevestigt dat betrokkene medicatie onregelmatig gebruikte en hulp nodig heeft.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder maatschappelijke teloorgang en agressie. Betrokkene is niet behandeltrouw en heeft geen ziekte-inzicht. Er zijn geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden. Daarom wordt de zorgmachtiging voor zes maanden verleend met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie, met beperkingen afhankelijk van de toestand van betrokkene.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 en schriftelijk vastgesteld op 18 maart 2026.