De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2014, die sinds november 2023 onder toezicht staat. Ondanks diverse vormen van hulpverlening zijn de zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige niet afgenomen maar juist toegenomen. Hij gaat al lange tijd niet naar school, verkeert in sociaal isolement en zijn ontwikkeling stagneert.
De moeder betwist de noodzaak van uithuisplaatsing en wijst op haar betrokkenheid en pogingen tot hulpverlening, waaronder het zoeken naar een passende zorgboerderij. Zij benadrukt de behoefte van de minderjarige aan stabiliteit en rust en verzoekt om onderzoek naar PDA-autisme. De minderjarige zelf geeft aan het verblijf in de jeugdhulpaccommodatie 'beetje leuk' te vinden, maar wil het liefst terug naar zijn moeder.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De machtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 27 november 2026 en wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Er wordt tevens ingezet op herstel van het contact tussen minderjarige en moeder en onderzoek naar de ondersteuningsbehoeften van beiden.