Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2540

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/02/445086 / FA RK 26-819
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens neurocognitieve stoornis

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1941, voor de duur van zes maanden. Betrokkene verzette zich tegen het verzoek en wilde graag in haar woning blijven met thuiszorg. Diverse betrokkenen, waaronder een casemanager dementie, praktijkondersteuner huisarts, neef en mantelzorger, gaven aan dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar neurocognitieve stoornis, waaronder verwaarlozing, valrisico en onveilig medicatiegebruik.

De rechtbank hield een zitting met gesloten deuren waarbij betrokkene en haar vertegenwoordigers werden gehoord. De medische verklaring bevestigde de diagnose neurocognitieve stoornis. Het gedrag van betrokkene leidde tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene vertoonde dwaalgedrag, weigerde zorg en had een beperkt ziekte-inzicht.

De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen. Minder bezwarende alternatieven waren niet beschikbaar omdat betrokkene geen dagbesteding accepteerde en thuis onvoldoende zorg kon worden geboden. De machtiging werd verleend voor zes maanden, tot 3 september 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene voor zes maanden wegens ernstig nadeel door neurocognitieve stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445086 / FA RK 26-819
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager dementie;
  • [persoon 2] , praktijkondersteuner huisarts;
  • de heer [persoon 3] , neef en notarieel gemachtigde van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 4] , mantelzorger van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene heeft aangegeven dat zij het niet eens is met het verzoek. Zij wil niet naar een verpleeghuis. Het gaat goed met haar en zij woont graag in haar woning. Zij staat open voor thuiszorg. Betrokkene betwist dat zij buitenshuis gedwaald heeft.
3.2.
De casemanager dementie heeft naar voren gebracht dat het niet goed gaat met betrokkene. Er is maximale zorg ingezet maar dit is niet voldoende. Betrokkene vergeet te eten en zij heeft smetplekken omdat zij zichzelf niet goed verzorgt. Zij laat iedereen binnen. Recent is betrokkene gevallen en kon zij geen alarm slaan. Zij had de voordeur op de knip gelaten waardoor de politie een ruit moest inslaan. Betrokkene laat gebracht eten staan en zij weigert hulp en dagbesteding omdat zij dat niet nodig vindt. Gelet op de gedragsverandering van betrokkene heeft een specialist ouderengeneeskunde medicatie voorgeschreven maar dat nam betrokkene niet goed in. Ook vertoont betrokkene claimend gedrag naar de mantelzorger en heeft zij meermaals buitenshuis gedwaald in een nachtjapon met badjas. Er is 24 uurszorg voor betrokkene nodig.
3.3.
De praktijkondersteuner van de huisarts zegt dat betrokkene niet naar een specialist doorgestuurd wilde worden. De voorgeschreven medicatie neemt betrokkene niet. Ook heeft zij weleens teveel medicatie ingenomen. Betrokkene is duidelijk achteruit gegaan. Zij is ook veel afgevallen.
3.4.
De neef van betrokkene heeft gezegd dat hij betrokkene niet heel regelmatig ziet maar desondanks herkent wat er over betrokkene in de stukken staat. Haar appartement is alles voor betrokkene. Het is financieel echter niet haalbaar om voor betrokkene 24 uurs zorg in de thuissituatie te realiseren.
3.5.
De mantelzorger heeft opgemerkt dat zij binnenkort een operatie krijgt, waarna zij moet revalideren. Dat gaat maanden duren. Betrokkene is bang voor wat komen gaat. De mantelzorger herkent wel wat de casemanager dementie heeft aangegeven.
3.6.
De advocaat van betrokkene vraagt om het verzoek af te wijzen. Betrokkene betwist dat zij claimend en dwalend gedrag vertoont. Zij heeft aangebeld bij de buren omdat zij hen fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar wilde wensen. Betrokkene heeft duidelijk aangegeven dat zij in haar appartement wil blijven wonen en dat zij ongelukkig wordt als zij moet verhuizen. Er moet dan ook een belangenafweging worden gemaakt. Er zijn nog mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. Medicatie en voeding kan onder toezicht gebruikt worden, de zorg kan mogelijk nog worden opgeschaald en voor het valgevaar kunnen voorzieningen getroffen worden.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk een uitgebreide neurocognitieve stoornis. De diagnose neurocognitieve stoornis is eerder in 2025 gesteld en wordt nu in de medische verklaring bevestigd.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
Betrokkene eet de klaargezette maaltijden regelmatig niet op en er worden maaltijden over de datum aangetroffen. Dit heeft geleid tot gewichtsverlies. Ook heeft betrokkene een verhoogd valrisico en is zij niet in staat om adequaat te alarmeren. Er was sprake van onveilig medicatiegebruik, waardoor het eigen beheer gestaakt moest worden. Zij doet suïcidale uitspraken bij dreigend verlies van autonomie en mogelijk gedwongen opname. Betrokkene heeft angstklachten waardoor zij contacten vermijdt. Zij reageert geagiteerd en wantrouwend bij gesprekken over zorg en haar toekomstperspectief. Betrokkene weigert inzet van zorgverleners en volgt afspraken niet op. Zij heeft een beperkt steunnetwerk. Op korte termijn valt de enige betrokken mantelzorger weg, terwijl betrokkene in toenemende mate afhankelijk is van professionele zorg. Betrokkene belt regelmatig bij haar buren aan en recent was sprake van dwaalgedrag.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft 24 uur per dag zorg, begeleiding en toezicht in de nabijheid nodig. Betrokkene verzet zich hiertegen. Zij geeft herhaaldelijk aan dat zij absoluut niet wil verhuizen, ontkent dat zij uitgebreide zorg nodig heeft en herkent zich niet in de zorgen van de professionals en haar naasten. Betrokkene vertoont afwerend en soms dreigend gedrag. Zij weigert structureel zorg van meerdere hulpverleners. Betrokkene heeft een zeer beperkt ziekte- en probleeminzicht en zij ontkent de noodzaak van zorg, waardoor zij zorg als bemoeienis ervaart.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene staat niet open voor dagbesteding. In de thuissituatie kan onvoldoende zorg worden ingezet om betrokkene veilig thuis te laten verblijven.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier en op schrift gesteld op 18 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.