De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1989, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene betwist de diagnose en wil geen verplichte zorg, met name geen medicatie, omdat hij zijn eigen leven wil leiden en de regie wil behouden.
De verpleegkundig specialist en mentor bevestigden de diagnose en het belang van medicatie, waarbij eerdere pogingen tot afbouw leidden tot ernstige psychische decompensaties met verwaarlozing, paranoïde gedrag en conflicten. Betrokkene laat zorg alleen toe vanwege de verplichte aard en weigert vrijwillige zorg.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van vrijwillige zorgmogelijkheden en het risico op ernstig nadeel bij stoppen van medicatie, is verplichte zorg noodzakelijk.
De zorgmachtiging wordt voor twaalf maanden toegekend, waarbij het toedienen van medicatie en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder contact met FACT, worden toegestaan. Andere vormen van verplichte zorg worden afgewezen. De machtiging geldt tot 3 maart 2027.