Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1945, voor de duur van zes maanden. Betrokkene en haar zus, met wie zij samenwoont, verzetten zich tegen het verzoek en willen in hun woning blijven, ondanks de slechte staat ervan.
De zorgverantwoordelijke en een GGD-medewerker rapporteerden ernstige leefomstandigheden: een vervuilde en onveilige woning zonder stroom, met schimmel, lekkages en gevaarlijke trapgangen. Ambulante hulp wordt geweigerd en de zussen vertonen zorgmijdend gedrag. Betrokkene lijdt aan een gevorderde neurocognitieve stoornis, waarschijnlijk dementie, wat leidt tot ernstig lichamelijk en psychisch nadeel.
De rechtbank concludeert dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen, gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot 3 september 2026, ondanks het verzet van betrokkene en haar zus.