Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2542

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/02/445093 / FA RK 26-824
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1945, voor de duur van zes maanden. Betrokkene en haar zus, met wie zij samenwoont, verzetten zich tegen het verzoek en willen in hun woning blijven, ondanks de slechte staat ervan.

De zorgverantwoordelijke en een GGD-medewerker rapporteerden ernstige leefomstandigheden: een vervuilde en onveilige woning zonder stroom, met schimmel, lekkages en gevaarlijke trapgangen. Ambulante hulp wordt geweigerd en de zussen vertonen zorgmijdend gedrag. Betrokkene lijdt aan een gevorderde neurocognitieve stoornis, waarschijnlijk dementie, wat leidt tot ernstig lichamelijk en psychisch nadeel.

De rechtbank concludeert dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen, gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot 3 september 2026, ondanks het verzet van betrokkene en haar zus.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door een psychogeriatrische aandoening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445093 / FA RK 26-824
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1945 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1] , zorgverantwoordelijke vanuit [hulpverlening] ;
  • de heer [persoon 2] , medewerker bij de GGD;
  • mevrouw [persoon 3] , zus van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene heeft aangegeven dat zij het niet eens is met het verzoek. Bij herhaling stelt zij dat zij en haar zus met wie zij samenwoont tot hun dood in hun huis zullen blijven wonen, dat zij twee hondjes krijgen en dat zij samen gelukkig zullen zijn. Betrokkene laat weten dat zij kerngezond is, dat er geen reden is om haar en haar zus uit huis te halen en dat verhuizen naar een verpleeghuis geen optie is.
3.2.
Door de zorgverantwoordelijke is naar voren gebracht dat hij en de buurt zorgen hebben over beide zussen. De woning is in zeer slechte staat en ernstig vervuild. Recent is het huis afvalvrij gemaakt omdat dit niet meer werd afgevoerd. De zus van betrokkene deed de boodschappen met de auto maar door een recent ongeluk is de auto total loss. Beide zussen zijn afgevallen en er is al twee jaar geen stroom in huis. De zussen douchen niet en zij vallen de buren lastig. De trapgang is gevaarlijk en nauwelijks begaanbaar. De zus van betrokkene is recent van de trap gevallen. De deur naar de woonkamer is gebarricadeerd. Het huis is niet leefbaar. Ambulante hulpverlening wordt niet binnengelaten. Dit lukt ook niet door de spullen die in huis liggen. De buren willen meedenken maar er komt geen actie tot stand omdat de zussen zelf willen opruimen, wat niet gebeurt.
3.3.
De GGD medewerker vult de zorgverantwoordelijke aan en stelt dat er een lekkage op het dak is geweest waardoor er kortsluiting is ontstaan. Er is al twee jaar geen stroom in huis. Het huis zit vol schimmel en er liggen zoveel spullen dat het huis niet brandveilig is. Er is de zussen al heel veel hulp geboden maar dat wordt geweigerd. De huidige staat van de woning zegt veel over wat er gebeurd is.
3.4.
De zus van betrokkene heeft opgemerkt dat de buren de oorzaak zijn van dat zij zo moeten leven. De buren treiteren hen, zitten in de achtertuin, hebben drones en er gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen verdragen.
3.5.
De advocaat van betrokkene voert aan dat betrokkene betwist dat zij dement is. Er is een diagnose gesteld waarbij de specialist ouderengeneeskunde contact heeft gehad met de huisarts. De zussen zijn echter nooit ziek, dus kan de huisarts ook niets over betrokkene zeggen. De zussen hebben een tuinman en zij willen de elektriciteit weer aan laten sluiten. Zij hebben nooit enige hulp gehad. De staat van het huis zou op den duur schadelijk kunnen zijn, maar betrokkene heeft hier nu geen last van. De zussen kunnen niet uit elkaar worden gehaald. De advocaat verzoekt afwijzing van het verzoek en wil dat wordt gekeken naar een oplossing zodat de zussen samen kunnen blijven wonen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk een gevorderde neurocognitieve stoornis, waarschijnlijk dementie. Hoewel betrokkene zich niet herkent in deze aandoening ziet de rechtbank geen reden om op dit punt te twijfelen aan de medische verklaring.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
4.4.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is gezien en besproken tijdens de zitting blijkt het volgende. Gezien de zeer beperkte ruimte in de woning is er risico op valgevaar. Betrokkene en haar zus lijken een symbiotische relatie te hebben, waarbij hun belevingen met elkaar zijn verweven en zij elkaar hierin mogelijk versterken. Zowel betrokkene als haar zus reageren achterdochtig naar de buren. Betrokkene leeft zeer teruggetrokken en komt eigenlijk nooit meer buiten. In de woning is geen elektriciteit of verwarming aanwezig. De woning is ernstig vervuild: er zijn dikke stoflagen, grote hoeveelheden blikken en verpakkingen, beschimmeld eten, kranten, spinnenwebben en stofophopingen langs plafonds en muren. Zwarte schimmel is zichtbaar op muren en ramen. Afval is overal in huis opgestapeld. De badkamer en toilet zijn niet adequaat bruikbaar. Er zijn overal in huis lekkages aanwezig. De deur naar de woonkamer is gebarricadeerd. De trap is nauwelijks begaanbaar, terwijl betrokkene boven slaapt. Sinds het ongeval van haar zus is betrokkene niet in staat boodschappen te doen; de dichtstbijzijnde winkel bevindt zich op ruim een kilometer afstand. Betrokkene geeft aan zelf te koken, hetgeen gelet op de staat van de keuken niet mogelijk lijkt. Zij is aanzienlijk afgevallen en maakt een onverzorgde indruk. Betrokkene is naar eigen zeggen nog nooit bij de huisarts geweest, maar lijkt somatisch achteruit te gaan. De gemeente is inmiddels betrokken in verband met de ernstig vervuilde koopwoning en onderzoekt de mogelijkheid tot ontruiming. De rechtbank neemt tijdens de zitting waar dat het huis donker is, er nagenoeg geen daglicht zichtbaar is en er geen leefruimte beschikbaar is. Betrokkene en haar zus verblijven in een aangebouwde serre die vol met spullen staat, waardoor ook deze ruimte slecht begaanbaar is. Verder wordt bij betrokkene een ontstoken/zwerende vinger waargenomen.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft 24 uur per dag hulp en begeleiding nodig. Betrokkene verzet zich hiertegen. Ook de zus van betrokkene verzet zich tegen opname en verblijf van betrokkene. Iedere vorm van zorg wordt afgewezen, hulpverleners worden doorgaans niet binnen gelaten. Tijdens de zitting heeft betrokkene luid en duidelijk kenbaar gemaakt dat zij gezond is, dat het goed met haar gaat, dat zij in haar woning blijft wonen en dat verhuizen naar een verpleeghuis geen optie is.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is zeer zorgmijdend.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1945 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier en op schrift gesteld op 18 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.