Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede
rijdende over de weg, de Herbert H. Dowweg zich zodanig heeft gedragen dat een
aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,
- gekomen bij een kruising met verkeerslichten en voorsorteerstroken -
geen gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod
inhouden, immers heeft hij, verdachte, niet de richting gevolgd die de
voorsorteerstrook waarop hij zich bevond aangaf, en over een verdrijvingsvlak
gereden, en
zonder zich er voortdurend en voldoende van te vergewissen dat de weg welke
verdachte wilde afleggen vrij was bij het maken van een u-bocht geen voorrang te
verlenen aan een voor hem, verdachte, van achterop komende motorrijder
waardoor hij, verdachte, in botsing/aanrijding is gekomen met voornoemde
motorrijder en diens motor,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten
een (op meer plaatsen) gebroken bekken en een gekneusde kaak en
gekneusde handen en rechter pols en linker schouder en een gebroken
linker onderarm en een gespleten schaambeen en een beschadigde blaas
en een gebroken onderbeen en scheenbeen en kuitbeen werd toegebracht.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.Beslissing
betaling van een geldboete van € 1.500,00 (zegge: duizendvijfhonderd euro);
vervangende hechteniszal worden toegepast van
15 dagen;
€ 500,00 (zegge: vijfhonderd euro);
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede
rijdende over de weg, de Herbert H. Dowweg zich zodanig heeft gedragen dat een
aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in
elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- gekomen bij een kruising met verkeerslichten en voorsorteerstroken -
geen gevolg te geven aan (een) verkeersteken(s) die/dat een gebod of verbod
inhoud(t)(en), immers heeft hij, verdachte, niet de richting gevolgd die de
voorsorteerstrook waarop hij zich bevond aangaf, en/of over een verdrijvingsvlak
gereden, en/of
zonder zich er voortdurend/voldoende van te vergewissen dat de weg welke
verdachte wilde afleggen vrij was bij het maken van een u-bocht geen voorrang te
verlenen aan een voor hem, verdachte, van achterop komende motorrijder
waardoor hij, verdachte, in botsing/aanrijding is gekomen met voornoemde
motorrijder en/of diens motor,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten
een (op meer plaatsen) gebroken bekken en/of een gekneusde kaak en/of een
gekneusde handen en/of rechter pols en/of linker schouder en/of, een gebroken
linker onderarm en/of een gespleten schaambeen en/of een beschadigde blaas
en/of een gebroken onderbeen en/of scheenbeen en/of kuitbeen, of zodanig
lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de
uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
( art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
kunnen leiden:
van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Herbert H.
Dowweg,
- gekomen bij een kruising met verkeerslichten en voorsorteerstroken -
geen gevolg heeft gegeven aan (een) verkeersteken(s) die/dat een gebod of verbod
inhoud(t)(en), immers heeft hij, verdachte, niet de richting gevolgd die de
voorsorteerstrook waarop hij zich bevond aangaf, en/of over een verdrijvingsvlak
gereden, en/of
zonder zich er voortdurend/voldoende van heeft vergewist dat de weg welke
verdachte wilde afleggen vrij was bij het maken van een u-bocht geen voorrang
heeft verleend aan een voor hem, verdachte, van achterop komende motorrijder
waardoor hij, verdachte, in botsing/aanrijding is gekomen met voornoemde
motorrijder en/of diens motor;
( art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 )