De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor belaging van zijn ex-partner, twee mishandelingen en bedreiging van een vriend van zijn ex-partner. De belaging vond plaats van 16 december 2024 tot en met 29 juli 2025 en bestond uit herhaaldelijk bellen, appen, thuis opzoeken, klemrijden en het gooien van een zelfmoordbrief in de brievenbus. Op 27 juli 2025 heeft verdachte zijn ex-partner mishandeld door haar te duwen en bij de keel vast te pakken, en de vriend mishandeld door hem te slaan en bedreigd met woorden en daden van gelijke aard.
De rechtbank achtte de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het duwen van de vriend, waarvoor onvoldoende bewijs was. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd. De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte en het hoge recidiverisico volgens de reclassering, die bijzondere voorwaarden en toezicht adviseerde.
De opgelegde straf bestaat uit 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 75 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, contactverbod met de slachtoffers, een locatieverbod beperkt tot de straat van het slachtoffer zonder elektronische monitoring, en verplichtingen rondom werk, schuldhulpverlening en middelencontrole. De bijzondere voorwaarden en het toezicht zijn dadelijk uitvoerbaar gesteld. Een taakstraf werd niet opgelegd omdat de gevangenisstraf passend werd geacht.