Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 februari 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper, de heer drs, [persoon 1] , van 26 februari 2026, ontvangen op 2 maart 2026;
- de brief van de vader, ontvangen op 4 maart 2026;
- .
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
[datum 1] 2026 om [uur 1] bij de kinderrechter, mr. Van Triest. Het is aan het college om te beoordelen of te zijner tijd nog een machtiging tot gesloten jeugdhulp benodigd is, of dat het restant van het verzoek zal worden ingetrokken of gewijzigd. De kinderrechter verzoekt het college om uiterlijk één week voor de zitting, dus uiterlijk
[datum 2] 2026, een verslag over de actuele stand van zaken aan de kinderrechter en de ouders toe te sturen en daarbij haar standpunt te geven ten aanzien van het verzoek. Indien het college het restant van verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp handhaaft, dan verwacht de kinderrechter
vóór de zitting op [datum 1] 2026een nieuwe instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die [minderjarige] kort tevoren persoonlijk heeft onderzocht en nieuwe instemmingsverklaringen van beide ouders. Indien alle belanghebbenden akkoord zijn met het nadere verzoek van het college en af willen zien van de zitting, verwacht de kinderrechter daar zo spoedig mogelijk een schriftelijke bevestiging van, zodat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan, hiertoe is uitdrukkelijke instemming van [minderjarige] ook nodig.
6.De beslissing
[datum 1] 2026 om [uur 2] bij de kinderrechter, mr. Van Triestvan de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, Stationslaan 10, 4815 GW;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.