De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 maart 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2014 en 2017. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging vanwege ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van de kinderen, waaronder een licht verstandelijke beperking en PTSS bij de oudste, en de noodzaak van traumabehandeling en speciale zorg.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar de kinderen verblijven sinds 2024 in een pleeggezin. De moeder werkt mee aan hulpverlening, maar heeft nog geen afgeronde behandeling. De pleegmoeder bevestigt de zorgbehoefte, vooral bij de oudste. De Raad adviseert eveneens tot verlenging vanwege het ontbreken van voldoende behandeling en het belang van continuïteit.
De moeder wenst dat de kinderen bij haar terugkeren met extra begeleiding, maar dit plan is nog niet onderzocht of uitgewerkt. De rechtbank acht het daarom noodzakelijk de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing te verlengen tot 6 maart 2027, waarbij de beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard om de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.