De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering om de ondertoezichtstelling (OTS) van een minderjarige te verlengen met drie maanden. De minderjarige woont bij zijn moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De vader is afwezig en vertoont problematisch gedrag, waardoor het contact met de minderjarige is verbroken.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, gaf de moeder aan akkoord te zijn met de verlenging en benadrukte zij de noodzaak van een zorgvuldige overgang naar een vrijwillige ondersteuningsvorm. De minderjarige gaf aan zijn vader te missen en ervaart verdriet hierover, hoewel hij het goed doet op school en therapie volgt.
De kinderrechter constateert dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, mede vanwege de instabiele situatie rondom de vader en de noodzaak van voortzetting van therapie en passende schoolkeuze. De verlenging is bedoeld om de situatie te borgen en de overgang naar vrijwillige hulpverlening zorgvuldig te laten verlopen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de verlenging geldt tot 24 juni 2026.