Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2604

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
5 april 2026
Zaaknummer
C/02/445092 / FA RK 26-823
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Kroon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1975, woonachtig in een plaats in Nederland. Betrokkene werd bijgestaan door zijn advocaat en was aanwezig bij de zitting, evenals een case-manager van het FACT-team.

Uit de medische stukken en de zitting bleek dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Betrokkene erkende de stoornis en verzette zich niet tegen het verzoek.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene zorg nodig heeft om het ernstig nadeel af te wenden en zijn geestelijke gezondheid te stabiliseren. Vrijwillige zorg is niet mogelijk omdat betrokkene in het verleden wisselend was in het accepteren van zorg en medicatie. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten en opname in een accommodatie.

De rechtbank wees het toedienen van vocht en voeding als verplichte zorg af, omdat dit niet nodig werd geacht. De verplichte zorg is evenredig en effectief, met aandacht voor het bevorderen van maatschappelijke deelname en veiligheid. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 5 maart 2027.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor betrokkene met een psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445092 / FA RK 26-823
Datum uitspraak: 5 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon] , case-manager FACT-team.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 25 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
De betrokkene verklaart dat het sinds zijn laatste opname eind vorig jaar weer veel beter met hem gaat. Volgens betrokkene probeert hij zich sindsdien nergens meer aan te ergeren en niet meer met mensen in discussie te gaan. Naar de mening van betrokkene schiet hij daar uiteindelijk toch niets mee op. Volgens betrokkene is hij sinds zijn vorige opname ingesteld op de medicatie Clozapine. Sindsdien kan betrokkene ook weer goed slapen. Tegen het verzoek voor verlening van een zorgmachtiging verzet betrokkene zich niet.
4.2.
De case-manager verklaart dat betrokkene van het FACT-team [plaats 1] is overgekomen naar het FACT-team in [plaats 2] om een nieuwe start te kunnen maken. De case-manager is daardoor nog niet heel goed bekend met betrokkene. De case-manager beaamt dat het momenteel weer veel beter gaat met betrokkene. Om die situatie te kunnen bestendigen acht de case-manager het van belang dat een aansluitende zorgmachtiging zal worden verleend.
4.3.
De advocaat is van mening dat aan alle wettelijke vereisten voor toewijzing van het verzoek wordt voldaan. Naar de mening van de advocaat ligt het verzoek daarmee, dat in haar ogen moet worden gezien als “een steuntje in de rug” voor betrokkene, voor toewijzing gereed.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van
@twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Uit de overgelegde stukken, in het bijzonder de medische verklaring, en het verhandelde ter zitting blijkt namelijk dat bij betrokkene sprake is van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De stoornis is door of namens betrokkene ook niet betwist.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Het ernstig nadeel is door of namens betrokkene evenmin betwist.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene in de afgelopen jaren een wisselende houding heeft laten zien ten aanzien van het wel of niet accepteren van de benodigde zorg, waaronder medicatie. Zonder verplichte zorg is er een gerede kans aanwezig dat betrokkene de benodigde zorg weer zal stopzetten, met het ontstaan van ernstig nadeel tot gevolg.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
Nu de behandelaar heeft aangegeven dat “het toedienen van vocht en voeding” niet benodigd is als verplichte zorg, zal deze vorm van verplichte zorg worden afgewezen.
Ten aanzien van de verplichte vorm van zorg “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten” overweegt de rechtbank, dat deze er op ziet dat betrokkene contact zal moeten blijven onderhouden met het ambulante FACT-team. De frequentie van deze contacten zal op geleide van het toestandsbeeld van betrokkene worden bepaald.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 maart 2027.
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2025 door mr. De Kroon, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier en op schrift gesteld op 12 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.