De zaak betreft een verzoek van de Gecertificeerde Instelling (GI) tot verlenging van een machtiging voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2011. De minderjarige is erkend door de vader en staat onder toezicht van de GI sinds juli 2024, met meerdere eerdere machtigingen voor gesloten en open jeugdhulp.
De GI verzoekt een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie weken, gevolgd door een machtiging voor vier maanden. De kinderrechter constateert stagnatie in de voortgang van de minderjarige binnen de huidige accommodatie en ernstige zorgen over haar veiligheid in een open setting. De minderjarige vertoont gedragsproblemen, emotionele terugtrekking en depressieve gedachten, waardoor een gesloten setting noodzakelijk blijft.
Vanwege de korte termijn tot het aflopen van de huidige machtiging en het niet tijdig kunnen horen van belanghebbenden, verleent de kinderrechter een spoedmachtiging voor twee weken, van 11 tot 25 maart 2026. De zaak wordt aangehouden voor een mondelinge behandeling waarbij GI, ouders en minderjarige worden gehoord. De kinderrechter acht de gesloten plaatsing noodzakelijk en geschikt om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de benodigde jeugdhulp.