ECLI:NL:RBZWB:2026:2608
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Toekoen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming schoolwisseling minderjarige
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 maart 2026 een kort geding waarin de vader (eiser) vervangende toestemming vorderde om zijn minderjarige kind van school te laten wisselen. De vader wilde het kind inschrijven op een kleinere basisschool, omdat de huidige school te groot zou zijn en het kind daardoor overprikkeld raakt. De moeder (gedaagde) weigerde haar toestemming omdat zij geen medische of objectieve onderbouwing zag voor de schoolwisseling.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het kind onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling en dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. De vader kon de noodzaak van de schoolwisseling niet voldoende onderbouwen met objectieve stukken, zoals verklaringen van leerkrachten of artsen. De moeder had recent contact met de huidige school en kreeg te horen dat het goed gaat met het kind.
De rechter oordeelde dat onvoldoende is komen vast te staan dat de schoolwisseling in het belang van het kind noodzakelijk is. De huidige school biedt stabiliteit en vertrouwdheid, mede doordat ook de oudere zus en broer daar schoollopen of hebben gelopen. De vordering van de vader werd daarom afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor schoolwisseling te verlenen af wegens onvoldoende onderbouwing van het belang van het kind.