ECLI:NL:RBZWB:2026:261

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
02-098984-24
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontuchtige handelingen en verkrachtingen door stiefbroer met bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht

Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van ontuchtige handelingen en verkrachting van zijn stiefzus. De verdachte, geboren in 1994, heeft in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 30 april 2023 meermalen seksuele handelingen verricht bij de aangeefster, die op dat moment minderjarig was. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ontuchtige handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van de aangeefster, die op het moment van de feiten jonger was dan 16 jaar. De rechtbank heeft de verklaringen van de aangeefster als betrouwbaar beoordeeld, mede omdat deze consistent waren en ondersteund door andere bewijsmaterialen. De verdachte heeft de feiten deels bekend, maar ontkent het seksueel binnendringen. De rechtbank heeft geoordeeld dat er sprake was van dwang door andere feitelijkheden, gezien de relatie tussen verdachte en aangeefster en het leeftijdsverschil van meer dan tien jaar. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij, die bestaat uit materiële en immateriële schade.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-098984-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 22 januari 2026
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1994,
wonende aan de [adres] ,
raadsvrouw: mr. R.T.K. Davidse, advocaat in Middelburg.

1.Het onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 januari 2026, waarbij de officier van justitie, mr. M.A.M. Dekkers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ook is de vordering van benadeelde partij [aangeefster] behandeld.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feit 1:in de periode van 1 augustus 2018 tot en met [geboortedag 2] 2020 met aangeefster, die toen de leeftijd van 12 jaar had bereikt maar jonger dan 16 jaar was, meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;
feit 2:in de periode van 1 augustus 2018 tot en met [geboortedag 2] 2020 met aangeefster, die toen jonger dan 16 jaar was, meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd;
feit 3:in de periode van [geboortedag 2] 2020 tot en met 30 april 2023 aangeefster meermalen heeft verkracht.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
Gelet op de betrouwbare verklaring van aangeefster en de deels bekennende verklaring van verdachte acht de officier van justitie alle feiten wettig en overtuigend bewezen. Wat betreft feit 3 (de verkrachting) gaat de officier van justitie uit van dwang door andere feitelijkheden.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken van het onderdeel van de tenlastelegging onder feit 1 dat ziet op het seksueel binnendringen van het lichaam van aangeefster. In de periode van 1 augustus 2018 tot en met [geboortedag 2] 2020 is verdachte het lichaam van aangeefster niet seksueel binnengedrongen. Voor wat betreft feit 1 en feit 2 moet van een kortere pleegperiode worden uitgegaan, omdat de ontuchtige handelingen pas in de zomer van 2019 zijn gestart. Verder kan de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komen van feit 3 (de verkrachting), omdat van (opzet op de) dwang geen sprake is.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Inleidend
De ten laste gelegde feiten hangen met elkaar samen. Daarom worden deze feiten gezamenlijk besproken.
Feiten en omstandigheden
De vader van verdachte heeft een relatie met de moeder van aangeefster, wat maakt dat verdachte de stiefbroer van aangeefster is. Vanaf 2016 woonde verdachte samen met zijn vader, aangeefster en haar moeder in dezelfde woning in [plaats 1] . Sinds 2022 woont verdachte in [plaats 2] . Verdachte is geboren op [geboortedag 1] 1994 en aangeefster op [geboortedag 2] 2004. Tussen hen bestaat dus een leeftijdsverschil van meer dan tien jaar.
Verklaring van aangeefster over de seksuele handelingen en de periodeAangeefster heeft verklaard dat verdachte vanaf 2018, toen zij tussen de 14 en 14,5 jaar oud was, tot en met april 2023 meermalen seksuele handelingen bij haar heeft verricht. Deze seksuele handelingen bestonden uit het betasten van haar borsten, billen en schaamstreek, het likken van haar vagina en het penetreren van haar vagina met de vingers. Daarnaast heeft aangeefster verklaard dat verdachte in 2023 meermalen met zijn penis haar vagina heeft gepenetreerd.
Verklaring van verdachte over de seksuele handelingen en de periodeVerdachte heeft verklaard dat de seksuele handelingen gedurende ongeveer 4 tot 4,5 jaar hebben plaatsgevonden en dat deze in de zomer van 2019 zijn begonnen. Vanaf dat moment heeft hij haar borsten, billen en schaamstreek over haar kleren heen betast. Ongeveer twee jaar later is dit verdergegaan onder haar kleren en heeft verdachte meermalen met zijn vingers haar vagina gepenetreerd. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij één keer met zijn penis haar vagina heeft gepenetreerd. Verdachte ontkent ooit de vagina van aangeefster te hebben gelikt.
Juridisch kaderDe rechtbank stelt voorop dat zedenzaken zich vaak laten kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Bij een ontkennende verdachte blijft dan alleen de verklaring van de verklaring van het vermeende slachtoffer over als wettig bewijsmiddel. Het bewijs dat een verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, kan niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van een slachtoffer. Er moet steunbewijs zijn uit een andere bron dan die verklaring. Hierbij is voldoende dat de verklaring van een slachtoffer op bepaalde onderdelen bevestiging vindt in dit bewijs. Andere onderdelen mogen uitsluitend op de verklaring van een slachtoffer berusten. Daar staat tegenover dat tussen de verklaring en het overige bewijs niet een te ver verwijderd verband mag bestaan.
Betrouwbaarheid verklaring van aangeefsterDe verklaring van aangeefster is betrouwbaar. Op 25 augustus 2023 heeft aangeefster uit zichzelf aan haar moeder en stiefvader verteld over het seksueel misbruik. In diezelfde week heeft aangeefster een vragenlijst van haar moeder over het seksueel misbruik ingevuld. Vervolgens heeft aangeefster op 27 december 2023 in een informatief gesprek met de politie hierover gesproken. Op 24 januari 2024 heeft aangeefster aangifte gedaan. Aangeefster heeft consistent en gedetailleerd verklaard over de seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. Zo heeft zij verklaard over de dag waarop zij met het gezin naar Disneyland ging en dat verdachte die dag alleen haar borsten heeft betast omdat zij ongesteld was. Dat aangeefster heeft aangegeven zich niet alles te kunnen herinneren, tast de betrouwbaarheid van haar verklaring niet aan. Gelet op de verstreken tijd is het voorstelbaar dat zij niet alles meer kan terughalen.
De verklaring van aangeefster komt bovendien authentiek op de rechtbank over. Zo heeft zij ook verklaard over momenten waarop penetratie met de penis niet lukte, over de reden waarom zij naar verdachte toe bleef gaan, over de keren dat zij instemde met de seksuele handelingen en dat er tussen juli 2022 en december 2022 niets is gebeurd.
SteunbewijsDe verklaring van aangeefster vindt daarnaast grotendeels steun in ander bewijsmateriaal, namelijk in de verklaring van verdachte zelf. De rechtbank merkt daarbij op dat de verklaring van aangeefster ook op detailniveau steun vindt in de verklaring van verdachte. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat zowel verdachte als aangeefster heeft verklaard over een moment waarop penetratie met de penis plaatsvond. Aangeefster lag toen na het douchen op haar buik in bed en was met haar telefoon bezig. Verdachte deed een condoom om, waarna hij aangeefster vaginaal penetreerde. Aangeefster en verdachte zeiden op dat moment niets tegen elkaar.
Conclusie over de seksuele handelingen en de periode
Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank de verklaring van aangeefster bij de bewezenverklaring als uitgangspunt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte meermalen alle ten laste gelegde seksuele handelingen heeft verricht in de ten laste gelegde periodes.
Ontuchtig karakter van de seksuele handelingen (feit 1 en 2)De seksuele handelingen zoals ten laste gelegd onder feit 1 en 2 zijn ontuchtig. Deze handelingen zijn namelijk in strijd met de sociaal-ethische norm.
Verkrachting (feit 3)
Om van een verkrachting te kunnen spreken, moet sprake zijn van dwang. Dwang kan zich uiten in de vorm van geweld, bedreiging of andere feitelijkheden. Van dwang door andere feitelijkheden is sprake als verdachte door die feitelijkheden opzettelijk heeft veroorzaakt dat aangeefster de handelingen tegen haar wil onderging. Dwang door een feitelijkheid kan bijvoorbeeld aanwezig zijn wanneer verdachte opzettelijk zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of aangeefster in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat aangeefster zich naar redelijke verwachting niet tegen de handelingen kon verzetten. Of dit aan de orde is, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.
Uit het dossier blijkt niet dat er sprake is geweest van dwang door geweld of bedreiging. De vraag die moet worden beantwoord, is of er sprake is geweest van dwang door een andere feitelijkheid. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt hierover als volgt.
Tussen verdachte en aangeefster bestaat een leeftijdsverschil van meer dan tien jaar. Vanaf 2016 woonde verdachte samen met zijn vader, aangeefster en haar moeder in dezelfde woning. Aangeefster zag verdachte als haar oudere broer en keek tegen hem op. Aangeefster hechtte ook belang aan de relatie van haar moeder met haar stiefvader. De seksuele handelingen begonnen in 2018. Aangeefster was toen veertien jaar. Na het eerste seksuele contact zei verdachte sorry tegen aangeefster en dat ze het niet mocht doorvertellen. Bij de volgende keren duwde aangeefster verdachte weg, draaide zij zich van hem af, keek hem boos aan of zei ze dat hij moest stoppen. Verdachte stopte soms maar negeerde deze signalen ook regelmatig, waarbij hij in sommige gevallen zei dat het de vorige keer wel mocht en vervolgens bleef aandringen om het alsnog te mogen doen. Het was in deze gevallen dus kenbaar voor verdachte dat de wil bij aangeefster ontbrak. Op enig moment liet aangeefster de seksuele handelingen toe zonder iets te zeggen of stemde zij ermee in om er sneller vanaf te zijn. Verdachte begon altijd het seksuele contact. Verdachte en aangeefster hebben nooit met elkaar gezoend, wat bij gewenst seksueel contact over het algemeen gebruikelijk is. Verder weet verdachte sinds 2022 (of naar eigen zeggen eerder) dat aangeefster lesbisch is. Toch heeft hij haar in 2023 meerdere keren met zijn penis gepenetreerd. Daarnaast hebben zich situaties voorgedaan waarbij aangeefster op haar telefoon zat en dit bleef doen terwijl verdachte seksuele handelingen bij haar verrichtte (een non-responsieve opstelling). Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen dat verdachte in alle gevallen wist dat de wil van aangeefster ontbrak (vol opzet), moet hij zich op zijn minst bewust zijn geweest van de mogelijk ontbrekende wil en heeft hij deze mogelijkheid voor lief genomen (voorwaardelijk opzet). Op basis van de hiervoor geschetste omstandigheden gaat de rechtbank er dan ook van uit dat sprake is geweest van dwang door een andere feitelijkheid.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aangeefster meermalen is verkracht door verdachte.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Feit 1
in de periode van 1 augustus 2018 tot en met [geboortedag 2] 2020 te
[plaats 1] met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten
- het meermalen betasten van de borsten en billen en
schaamstreek van die [aangeefster] , en
- het meermalen likken van de vagina van die [aangeefster] , en
- het meermalen met de vingers penetreren van de vagina van die
[aangeefster] ;
Feit 2
in de periode van 1 augustus 2018 tot en met [geboortedag 2] 2020 te [plaats 1] met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2004, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen betasten van de borsten en billen en schaamstreek van die [aangeefster] ;
Feit 3
in de periode van [geboortedag 2] 2020 tot en met 30 april 2023 in Nederland door een andere feitelijkheid, te weten
- het feitelijk overwicht op [aangeefster] , gezien het leeftijdsverschil, en
- de relatie stiefbroer/stiefzus waarbij de diverse seksuele handelingen vanaf haar 14e levensjaar genormaliseerd zijn geworden voor die [aangeefster] , en
- het voorbijgaan aan de verbale en non-verbale protesten van die [aangeefster] ,
die [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten
- het meermalen betasten van de borsten en billen en
schaamstreek van die [aangeefster] , en
- het meermalen likken van de vagina van die [aangeefster] , en
- het meermalen met de vingers penetreren van de vagina van die
[aangeefster] , en
- het meermalen met de penis penetreren van de vagina van die
[aangeefster] .
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Strafbaarheid van de feitenEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaar. Zij verzoekt aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
Gelet op de verzochte (partiële) vrijspraken en de persoonlijke omstandigheden van verdachte is een langdurige gevangenisstraf niet passend. Vanwege het taakstrafverbod verzoekt de verdediging de rechtbank om te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag of subsidiair maximaal drie maanden, waarvan het overige gedeelte in voorwaardelijke zin wordt opgelegd, in combinatie met een taakstraf.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich meerdere keren, gedurende een langere periode, schuldig gemaakt aan het plegen van (ontuchtige) handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van zijn destijds minderjarige stiefzus. Het misbruik van zijn stiefzus vond plaats tussen haar 14e en 19e jaar. Hij heeft door zo te handelen enkel zijn eigen lustgevoelens gevolgd en daarbij de lichamelijke integriteit van aangeefster geschonden en haar seksuele ontwikkeling doorkruist. Verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn positie, rol en verantwoordelijkheid als oudere en meerderjarige stiefbroer in een samengesteld gezin. Wat bij uitstek een veilige en vertrouwde omgeving voor aangeefster moest zijn, is door het toedoen van verdachte veranderd in een zeer onveilige situatie met verstrekkende gevolgen.
Het is een feit van algemene bekendheid dat door seksueel misbruik de normale seksuele en persoonlijke ontwikkeling van een jong slachtoffer ernstig kan worden geschaad en een slachtoffer daarvan langdurige en ernstige psychische klachten kan ondervinden. Dat dat ook in deze zaak het geval is, blijkt uit de ter zitting afgelegde slachtofferverklaring van aangeefster en de stukken die als onderbouwing van haar vordering tot schadevergoeding zijn overgelegd.
De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 24 november 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de reclasseringsrapportage van 17 december 2025. Uit de rapportage komt naar voren dat verdachte, nadat het delict naar buiten kwam, zich vrijwillig onder behandeling heeft laten stellen bij [zorginstelling] van [zorgorganisatie] . Hij wenst toekomstig delictgedrag te voorkomen en toont zich gemotiveerd voor behandeling. De reclassering merkt op dat zij bij verdachte, hoewel hij stelt zich te schamen voor het delictgedrag en zich schuldig voelt jegens aangeefster, overwegend de last naar voren zien komen die hij zelf ondervindt van de gevolgen van het delictgedrag. Ondanks dat verdachte al langdurig op vrijwillige basis ambulante behandeling krijgt, zal dit nog geruime tijd dienen te worden voortgezet voordat daadwerkelijk gesproken kan worden van gedragsverandering en een afname van de risicofactoren. De algemene risico’s op delictgedrag en het risico op herhaling van een zedendelict worden als laag geschat. De reclassering heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling.
Samenloop
Ten aanzien van het eerste en tweede bewezen verklaarde feit is sprake van eendaadse samenloop.
Straf
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten, enkel kan worden volstaan met een gevangenisstraf. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking de lange pleegperiode, de frequentie waaronder de seksuele handelingen in bepaalde periodes hebben plaatsgevonden, het leeftijdsverschil tussen verdachte en aangeefster, de afhankelijkheidsrelatie en het feit dat de ontuchtige handelingen plaatsvonden binnen een familierelatie. De rechtbank ziet gelet op deze omstandigheden geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Voor de duur van die gevangenisstraf zoekt de rechtbank aansluiting bij wat in vergelijkbare zaken doorgaans wordt opgelegd. Alles afwegend acht de rechtbank de straf die de officier van justitie heeft geëist passend. De straf doet recht aan de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank acht het noodzakelijk dat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd en zal daarom aan het voorwaardelijk opgelegde deel van de gevangenisstraf deze bijzondere voorwaarden verbinden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7.De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij vordert dat de rechtbank verdachte veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 17.042,95, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van verdachte in de proceskosten. De schadevergoeding bestaat uit € 4.042,95 aan materiële schade en € 13.000,00 aan immateriële schade.
De rechtbank heeft hiervoor bewezen verklaard dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade als gevolg van dit onrechtmatig handelen te vergoeden.
Medische kostenDe benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.891,00 als vergoeding voor medische kosten. De verdediging heeft deze kosten niet weersproken. De rechtbank zal dit bedrag daarom toewijzen.
Telefoon-, kopieer- en portokostenDe benadeelde partij vordert een bedrag van € 25,00 als vergoeding voor telefoon-, kopieer- en portokosten. De benadeelde partij heeft contact gehad met de politie en haar advocaat. Daarnaast heeft zij (proces)stukken gekopieerd.
De rechtbank zal dit deel van de vordering afwijzen. Deze kosten zijn namelijk niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door de strafbare feiten, maar als proceskosten die niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat de benadeelde partij met een gemachtigde procedeert.
ReiskostenDe benadeelde partij vordert een bedrag van € 741,50 als vergoeding voor reiskosten. Hiervan bestaat € 14,84 uit reiskosten naar de rechtbank, € 674,69 uit reiskosten naar de psycholoog en € 51,97 uit reiskosten naar de huisarts.
De rechtbank zal de reiskosten naar de rechtbank afwijzen. Ook deze kosten zijn namelijk niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door de strafbare feiten, maar als proceskosten die niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat de benadeelde partij met een gemachtigde procedeert
Wat betreft de reiskosten naar de psycholoog en de huisarts is tijdens de zitting duidelijk geworden dat een te hoog bedrag hiervoor is gevorderd. De reizen naar de huisarts en psycholoog in [plaats 1] vanaf het adres in [plaats 3] zijn namelijk pas in 2025 gemaakt en niet in 2024. In 2024 woonde de benadeelde partij nog in [plaats 1] . Voor het overige zijn deze kosten niet weersproken door de verdediging. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid en zal de helft van € 726,66 (€ 674,69 + € 51,97) toewijzen, zijnde € 363,33. Het meer gevorderde zal de rechtbank afwijzen.
VerhuiskostenDe benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.385,45 als vergoeding voor (extra) verhuiskosten. De oude woning van het gezin van de benadeelde partij is verkocht en in januari 2025 geleverd. Sindsdien woont het gezin tijdelijk in een huurwoning in afwachting van de verhuizing naar de nieuwe (koop)woning. Voor de benadeelde partij was het van belang om onmiddellijk uit de oude woning te vertrekken.
Volgens de verdediging staan deze kosten in een te ver verwijderd verband tot de ten laste gelegde feiten. De verdediging verzoekt de rechtbank daarom de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank zal het bedrag van € 1.385,45 toewijzen en overweegt daartoe als volgt. De seksuele handelingen die verdachte bij de benadeelde heeft verricht, hebben (ook) lange tijd plaatsgevonden in de oude woning van het gezin van de benadeelde partij. De verdediging heeft niet betwist dat het gezin om die reden tijdelijk in een huurwoning is gaan wonen. De verhuiskosten zijn dan ook een direct gevolg van het strafrechtelijk handelen van verdachte.
Smartengeld
De benadeelde partij vordert een immateriële schadevergoeding van € 13.000,00.
De rechtbank overweegt dat de benadeelde partij recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding als de benadeelde partij op andere wijze in haar persoon is aangetast. Gelet op de verklaring van de GZ-psycholoog van 19 oktober 2025 staat vast dat de benadeelde partij op andere wijze in haar persoon is aangetast. Uit deze verklaring blijkt dat de benadeelde partij een posttraumatische stressstoornis met comorbide dissociatie heeft. Zij heeft sinds januari 2024 tot aan het moment van schrijven 42 behandelsessies gehad. In 2026 zal zij ook worden behandeld door de psycholoog. Volgens de psycholoog is er sprake van ernstige, aanhoudende problematiek.
Voor de omvang van het smartengeld houdt de rechtbank verder rekening met de periode waarin de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, namelijk ongeveer 4,5 jaar. De benadeelde partij was veertien jaar toen het seksueel misbruik begon. Daarnaast wordt meegewogen dat het gaat om een afhankelijkheidsrelatie met een leeftijdsverschil van meer dan tien jaar, waarbij de seksuele handelingen deels in de woning van de benadeelde partij hebben plaatsgevonden.
Gelet op al deze omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank een bedrag van € 13.000,00 billijk. Dit bedrag zal de rechtbank dan ook toewijzen.
Totaalbedrag aan schadevergoeding
De rechtbank zal de verdachte in totaal veroordelen verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van € 16.639,78, waarvan € 3.639,78 aan materiële schadevergoeding en € 13.000,00 aan immateriële schadevergoeding.
Wettelijke rente
De benadeelde partij vordert de toegewezen schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan.
De rechtbank zal de toegewezen schadevergoeding als volgt vermeerderen met de wettelijke rente:
  • over een bedrag van € 1.385,45 (de verhuiskosten) vanaf 2 januari 2025, de datum van de betaling aan het verhuisbedrijf;
  • over een bedrag van € 2.254,33 (de medische kosten en de reiskosten) vanaf 8 januari 2026, de datum van de zitting omdat het ontstaansmoment van deze schade niet (exact) kan worden vastgesteld;
  • over een bedrag van € 13.000,00 (het smartengeld) vanaf 30 april 2023, de einddatum van de bewezen verklaarde pleegperiode.
SchadevergoedingsmaatregelDe rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van de toegekende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hiervoor overwogen. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.(vul naam in van de benaddelde partij met alleen voorletters)
ProceskostenDe benadeelde partij vordert een vergoeding van de proceskosten volgens het liquidatietarief. Volgens de verdediging handelt de benadeelde partij in strijd met de schadebeperkingsplicht door geen gebruik te maken van gefinancierde rechtsbijstand.
De rechtbank overweegt dat een benadeelde partij niet verplicht is gebruik te maken van gefinancierde rechtsbijstand. Zij mag ervoor kiezen niet de overheid, maar verdachte aan te spreken voor de vergoeding van proceskosten. Op deze manier handelt de benadeelde partij niet in strijd met de schadebeperkingsplicht. De schade wordt namelijk niet beperkt door gebruik te maken van gefinancierde rechtsbijstand, maar komt ten laste van een ander, namelijk de overheid.
Om de proceskosten te begroten zoekt de rechtbank aansluiting bij het in civiele procedures voor kosten van rechtsbijstand gebruikelijke liquidatietarief voor kantonzaken. Het salaris van de gemachtigde wordt berekend aan de hand van een puntenstelsel. Voor het indienen van een voegingsformulier en het bijwonen van de zitting worden samen twee punten gehanteerd. Bij een vordering tussen de € 10.000,00 en € 20.000,00 geldt een vergoeding van € 406,00 per punt. De proceskosten van de benadeelde partij worden daarom begroot op € 812,00. De rechtbank zal verdachte in deze kosten veroordelen.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 55, 57, 242, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd, in eendaadse samenloop met feit 2;
feit 2:met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd, in eendaadse samenloop met feit 1;
feit 3:verkrachting, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als
bijzondere voorwaardendat verdachte zich:
* binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland, op het adres Vrijlandstraat 33, 4337 EA, Middelburg (088-8041504). Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
* laat behandelen door de [zorginstelling] van [zorgorganisatie] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
van rechtswege gelden de volgende voorwaarden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 16.639,78, waarvan € 3.639,78 aan materiële schadevergoeding en € 13.000,00 aan immateriële schadevergoeding;
- bepaalt dat het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag van € 16.639,78 wordt vermeerderd met de wettelijke rente
  • over een bedrag van € 1.385,45 vanaf 2 januari 2025;
  • over een bedrag van € 2.254,33 vanaf 8 januari 2026;
  • over een bedrag van € 13.000,00 vanaf 30 april 2023;
tot de dag van volledige betaling;
- wijst het overige gedeelte van de vordering af;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij voor rechtsbijstand heeft gemaakt, te weten € 812,00;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster] , € 16.639,78 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente
  • over een bedrag van € 1.385,45 vanaf 2 januari 2025;
  • over een bedrag van € 2.254,33 vanaf 8 januari 2026;
  • over een bedrag van € 13.000,00 vanaf 30 april 2023;
tot de dag van volledige betaling;
- bepaalt dat bij niet betaling 108 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 22 januari 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2018 tot en met [geboortedag 2] 2020 te [plaats 1] , althans in Nederland, met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten
- het meermalen, althans eenmaal betasten van de borsten en/of billen en/of schaamstreek van die [aangeefster] , en/of
- het meermalen, althans eenmaal likken van de vagina van die [aangeefster] , en/of
- het meermalen, althans eenmaal met de vingers penetreren van de vagina van die [aangeefster] ;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2018 tot en met [geboortedag 2] 2020 te [plaats 1] , althans in Nederland, met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2004, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans eenmaal betasten van de borsten en/of billen en/of schaamstreek van die [aangeefster] ;
3.
hij in of omstreeks de periode van [geboortedag 2] 2020 tot en met 30 april 2023 te [plaats 1] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid, te weten
- het feitelijk overwicht op [aangeefster] , gezien het leeftijdsverschil, en/of
- de relatie stiefbroer/stiefzus waarbij de diverse seksuele handelingen vanaf haar 14e levensjaar genormaliseerd zijn geworden voor die [aangeefster] , en/of
- het voorbijgaan aan de verbale en/of non-verbale protesten van die [aangeefster] ,
die [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten
- het meermalen, althans eenmaal betasten van de borsten en/of billen en/of schaamstreek van die [aangeefster] , en/of
- het meermalen, althans eenmaal likken van de vagina van die [aangeefster] , en/of
- het meermalen, althans eenmaal met de vingers penetreren van de vagina van die [aangeefster] , en/of
- het meermalen, althans eenmaal met de penis penetreren van de vagina van die [aangeefster] .