Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2614

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/02/445142 / FA RK 26-852
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging Wvggz met beperkte verplichte zorg voor betrokkene met psychotische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen gecombineerd met verslavingsstoornissen.

Betrokkene stemt niet in met de verlenging en ervaart ernstige bijwerkingen van de medicatie, waarvan de afbouw volgens hem te langzaam verloopt. De casemanager en psychiater bevestigen de bijwerkingen maar achten verlenging noodzakelijk. De advocaat pleit voor beperking van de verplichte zorg tot de noodzakelijke vormen die eerder zijn toegewezen.

De rechtbank concludeert dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder levensgevaar en agressief gedrag, en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. Daarom wordt de zorgmachtiging voor twaalf maanden verleend met verplichte zorg bestaande uit medicatietoediening, beperking van bewegingsvrijheid en beperkingen in het eigen leven, waaronder communicatiemiddelen. Andere gevraagde vormen van zorg worden afgewezen als niet noodzakelijk.

De machtiging geldt tot 6 maart 2027 en kan worden toegepast bij opname of bij decompensatie. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met beperkte verplichte zorg gericht op medicatie, bewegingsvrijheid en beperkingen in het eigen leven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445142 / FA RK 26-852
Datum uitspraak: 6 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026 bij de [accommodatie] in [plaats 2] . Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • casemanager vanuit [accommodatie] , mevr. [persoon 1] ;
  • casemanager vanuit Fact, mevr. [persoon 2] .

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 27 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij niet instemt met het verzoek. Hij heeft veel last van de bijwerkingen van de medicatie. De medicatie wordt op dit moment wel afgebouwd, maar dit gaat voor betrokkene te langzaam. Hij geeft aan dat zijn lichaam er kapot aan gaat en dat het leidt tot veel lichamelijke klachten. Hij wil daarom sneller afbouwen met medicatie en staat niet achter de verlenging van de zorgmachtiging.
4.2.
De casemanager vanuit [accommodatie] geeft, samengevat, aan dat betrokkene inderdaad veel last heeft van de bijwerkingen van de medicatie. In overleg met de betrokken psychiater is overgestapt naar een ander soort medicatie. Dit wordt nu ook afgebouwd, in de hoop dat de bijwerkingen minder worden voor betrokkene. Een verlenging van de zorgmachtiging wordt nog noodzakelijk geacht.
4.3.
De advocaat geeft, samengevat, aan dat er vooruitgang zichtbaar is. Sinds de laatste opname is het niet meer nodig geweest om weer opgenomen te worden en er zijn geen politiemutaties. Voor betrokkene zijn de bijwerkingen van de medicatie moeilijk. De advocaat verzoekt om de verplichte vormen van zorg te beperken tot ‘het toedienen van medicatie’, ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het leven in te richten’, omdat deze vormen bij de vorige verlenging ook als noodzakelijk werden beoordeeld en de andere vormen van verplichte zorg niet.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene is bekend met psychotische episodes al dan niet geluxeerd door middelengebruik.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. Wanneer bij betrokkene sprake is van een psychotisch toestandsbeeld, veelal geluxeerd door middelengebruik, kan hij geagiteerd, dreigend en agressief reageren richting derden, onder andere richting zijn vader, broer en ex-partner. Tijdens opnames kan betrokkene zich fors agressief tonen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft duidelijk aangeven te willen stoppen met medicatie en met de behandeling bij [accommodatie] . Hij wil vrijheid in zijn leven en heeft het gevoel aan de regels van anderen te moeten conformeren. Er is een milde afbouw in de medicatie ingezet in verband met de bijwerkingen die betrokkene ervaart. Betrokkene is het niet eens met het (lage) tempo van afbouw. Betrokkene zou momenteel behandeling niet willen accepteren in een vrijwillig kader. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid –
bij opname;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie –
5.7.1.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de casemanager tijdens de mondelinge behandeling heeft opgemerkt dat deze vormen van verplichte zorg niet nodig zijn. De rechtbank zal deze vormen van verplichte zorg dan ook afwijzen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid –
bij opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie –
in geval er sprake is van decompensatie en ambulante zorg onvoldoende is en dan telkens voor de duur van maximaal drie maanden.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.