Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De beoordeling
5.De beslissing
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar door een wekelijks videobelmoment van maximaal 10 minuten en dat de man wekelijks via whatsapp door de vrouw wordt geïnformeerd over [minderjarige] , welke berichten worden voorzien van foto’s;
voorlopigaan de vrouw moet voldoen, met ingang van 1 juni 2025 een bedrag van € 180,= (honderdtachtig euro) per maand, en vanaf 1 januari 2026 een bedrag van € 188,28 (honderdachtentachtig euro en achtentwintig cent) per maand, voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen;
19 mei 2026 pro forma,in afwachting van het rapport van het zorgloket over het verloop en het resultaat van het hulpverleningstraject, zoals verzocht in de beschikking voorlopige voorzieningen van 20 augustus 2025.
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.