Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2615

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/02/436192 FA RK 25-2890
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Oomes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking echtscheiding met voorlopige zorg- en alimentatieregeling in afwachting UHA-traject

Partijen zijn gehuwd sinds 2023 en hebben een minderjarig kind. Hun huwelijk is duurzaam ontwricht. De rechtbank behandelt een verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen, waarbij partijen grotendeels overeenstemming hebben bereikt over de voorlopige zorgregeling, contactregeling en kinderalimentatie.

De man is exclusief gerechtigd tot gebruik van de echtelijke woning en het hoofdverblijf van het kind is bij de vrouw. De man heeft recht op een wekelijks videobelmoment van maximaal 10 minuten en ontvangt wekelijks via whatsapp informatie over het kind, voorzien van foto’s. De voorlopige kinderalimentatie is vastgesteld op €180 per maand vanaf 1 juni 2025, stijgend naar €188,28 per maand vanaf 1 januari 2026.

De rechtbank houdt de definitieve beslissing over contactregeling en kinderalimentatie aan in afwachting van het UHA-traject en eventueel onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Partijen zijn verplicht de afspraken in het echtscheidingsconvenant na te komen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en legt voorlopige zorg- en alimentatieregelingen vast met aanhouding van definitieve beslissingen in afwachting van het UHA-traject.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/436192 FA RK 25-2890
datum uitspraak: 6 maart 2026
beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonend in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A. Mudde-Zeevaart,
tegen
[de man] ,
wonend in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. B. Krijnen.

1.Het procesverloop

1.1.
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 30 mei 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 22 augustus 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlage;
- het op 23 september 2025 ontvangen verweer op zelfstandig verzoek;
- de brieven van mr. Mudde-Zeevaart van 8 juli 2025 met bijlage en van 12 februari 2026 tevens houdende gewijzigd verzoek met als bijlage een door beide partijen ondertekend echtscheidingsconvenant;
- de brief van mr. Krijnen van 17 februari 2026;
- de brief van de griffier van de rechtbank van 19 januari 2026 aan de advocaten van partijen;
- de beschikking voorlopige voorzieningen van 20 augustus 2025.

2.De feiten

2.1.
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op [datum] 2023 in de gemeente Waalwijk met elkaar gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen;
- uit hun huwelijk is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023;
- zij hebben de Nederlandse nationaliteit;
- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.
2.2.
Bij voormelde beschikking voorlopige voorzieningen is het volgende beslist:
- de man is bij uitsluiting gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning;
- de minderjarige [minderjarige] wordt aan de vrouw toevertrouwd;
- de man moet aan de vrouw een voorlopige kinderalimentatie voor [minderjarige] betalen van € 180,= per maand met ingang van 1 juni 2025;
- de man is gerechtigd tot een wekelijks videobelmoment met [minderjarige] van maximaal
10 minuten, en hij wordt wekelijks via een whatsappbericht door de vrouw geïnformeerd over [minderjarige] , welke berichten worden voorzien van recente foto’s.
Verder zijn partijen verwezen voor een hulpverleningstraject via het UHA. Verzocht is om het rapport van het zorgloket over het verloop en het resultaat van dit traject in deze bodemprocedure in te dienen.

3.De verzoeken

3.1.
De vrouw verzoekt nu om bij tussenbeschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;
II. het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vrouw te bepalen;
III. de voorlopige contactregeling tussen de man en [minderjarige] te bepalen op een wekelijks videobelmoment van maximaal 10 minuten en dat de man wekelijks via whatsapp door de vrouw wordt geïnformeerd over [minderjarige] , welke berichten worden voorzien van foto’s;
IV. de door de man te betalen voorlopige kinderalimentatie vast te stellen op € 180,= per maand in 2025, zijnde € 188,28 per maand per 1 januari 2026;
V. een beslissing over de definitieve contactregeling en de kinderalimentatie aan te houden in afwachting van het UHA traject en als dit niet tot overeenstemming leidt in afwachting van het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming;
VI. te bepalen dat de man de huurder van de echtelijke woning zal zijn en opneming van de door partijen getroffen regelingen in het echtscheidingsconvenant in de beschikking.
3.2.
De man verzoekt nu om bij tussenbeschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;
- het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vrouw te bepalen;
- de voorlopige contactregeling tussen de man en [minderjarige] te bepalen op een wekelijks videobelmoment van maximaal 10 minuten en te bepalen dat de man wekelijks via whatsapp door de vrouw wordt geïnformeerd over [minderjarige] , welke berichten worden voorzien van foto’s;
- de voorlopige door de man te betalen kinderalimentatie vast te stellen op € 180,= per maand in 2025, zijnde € 188,28 per maand per 1 januari 2026;
- een beslissing over de definitieve contactregeling en kinderalimentatie aan te houden in afwachting van het UHA traject en indien dit niet tot overeenstemming leidt in afwachting van het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming;
- te bepalen dat de man de huurder van de echtelijke woning zal zijn;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen in het echtscheidingsconvenant in de beschikking en partijen te bevelen om die regelingen na te komen.

4.De beoordeling

4.1.
Bij brief van 12 februari 2026 is namens de vrouw het (gewijzigde) verzoek gedaan om de echtscheiding bij tussenbeschikking uit te spreken en daarbij definitief te beslissen over het hoofdverblijf van [minderjarige] , het huurrecht en opneming van het convenant in de beschikking.
Verder verzoekt de vrouw om een voorlopige contact- en informatieregeling en een voorlopige kinderalimentatie vast te leggen. Partijen zijn volgens de vrouw nog maar net gestart met het UHA traject en voor de hulpverlening is tijd nodig. Om die reden is (nog) geen ouderschapsplan overgelegd en dient de definitieve beslissing over de contactregeling en de kinderalimentatie te worden aangehouden. Gelet op de tussen partijen bereikte overeenstemming over het bovenstaande, verzoekt de vrouw de rechtbank om schriftelijk bij tussenbeschikking te beslissen.
4.2.
Bij brief van 17 februari 2026 heeft de man de door de vrouw weergegeven overeenstemming bevestigd. Hij heeft zijn verzoeken op gelijke wijze gewijzigd zoals voormeld. Ook bevestigt de man dat het UHA traject bij de Gezinsmanager een paar maanden geleden is gestart. Binnenkort zal een eerste contactmoment tussen hem en [minderjarige] plaatsvinden. De man heeft aangegeven dat er nu geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
4.3.
Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de echtscheiding, het hoofdverblijf van [minderjarige] , het huurrecht en de verdeling (zoals vastgelegd in het convenant). Deze overeenstemming komt de rechtbank niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen.
4.4.
Verder zal de rechtbank de afspraken tussen partijen over de voorlopige contact- en informatieregeling en over de voorlopige kinderalimentatie vastleggen in het dictum. De rechtbank zal conform het gelijkluidend verzoek van partijen de definitieve beslissing over de contact- en informatieregeling en de kinderalimentatie aanhouden in afwachting van de uitkomst van het UHA traject. In de beschikking voorlopige voorzieningen van 20 augustus 2025 is het zorgloket al verzocht om het rapport over de uitkomst van het traject in te dienen in deze procedure. Ook is de Raad in die beschikking al verzocht om, als het traject niet is gestart of dit niet heeft geleid tot een positief resultaat, een onderzoek te starten en te rapporteren in deze procedure.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2023 in de gemeente Waalwijk met elkaar gehuwd;
5.2.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de minderjarige [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023 haar hoofdverblijf heeft bij de vrouw;
5.3.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de echtelijke woning, gelegen aan de [adres] ;
5.4.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en de minderjarige [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar door een wekelijks videobelmoment van maximaal 10 minuten en dat de man wekelijks via whatsapp door de vrouw wordt geïnformeerd over [minderjarige] , welke berichten worden voorzien van foto’s;
5.5.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige]
voorlopigaan de vrouw moet voldoen, met ingang van 1 juni 2025 een bedrag van € 180,= (honderdtachtig euro) per maand, en vanaf 1 januari 2026 een bedrag van € 188,28 (honderdachtentachtig euro en achtentwintig cent) per maand, voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen;
5.6.
bepaalt dat de onderling getroffen regelingen in het convenant voor het overige als in de beschikking opgenomen moet worden beschouwd onder verwijzing naar de als bijlage ingevoegde scan van het convenant en beveelt partijen om de verplichtingen uit het convenant na te komen;
5.8.
houdt de definitieve beslissing over de contact- en informatieregeling en de kinderalimentatie aan tot
19 mei 2026 pro forma,in afwachting van het rapport van het zorgloket over het verloop en het resultaat van het hulpverleningstraject, zoals verzocht in de beschikking voorlopige voorzieningen van 20 augustus 2025.
Deze beschikking is gegeven door mr. Oomes, en, in tegenwoordigheid van mr. Schröder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.