Uitspraak
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019, hierna te noemen: [minderjarige] .
1.Het procesverloop
- het op 18 april 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 3 juni 2025 ontvangen F9-formulier van mr. Bronsveld met bijlage;
- het op 19 augustus 2025 ontvangen F9-formulier van mr. Bronsveld;
- het op 13 januari 2026 ontvangen F9-formulier van mr. Bronsveld met bijlagen;
- het proces-verbaal van aanhouding van 20 januari 2026;
- het op 2 februari 2026 ontvangen F9-formulier van mr. Bronsveld met bijlagen;
- het op 3 februari 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen.
2.De feiten
3.Het verzoek
- te bepalen dat er een omgangsregeling zal worden vastgesteld, al dan niet na bemiddeling in het kader van een UHA-traject, waarbij er omgang zal zijn tussen [minderjarige] en de man in ieder geval twee dagen per maand (start), waarna uitgebreid kan worden naar een uiteindelijk volwaardige omgangsregeling van twee weekenden per maand van vrijdag tot zondag;
- dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen regeling vast te stellen.
4.De beoordeling
lichte interventie);
11 augustus 2026 PRO FORMA, of zoveel eerder als mogelijk is, bij de rechtbank in te dienen.
voorlopiggerechtigd tot het hebben van omgang met elkaar op de volgende wijze:
eenmaal per twee weken voor de duur van twee uur begeleide omgangmet elkaar;
eenmaal per twee weken voor de duur van vier uur begeleide omgangmet elkaar;
eenmaal per twee weken voor de duur van vier uur (deels onbegeleide) omgang met elkaar, waarbij het eerste uur en het laatste uur worden begeleidt;
eenmaal per twee weken voor de duur van vier uur onbegeleide omgang met elkaar, waarbij [minderjarige] wordt gebracht en opgehaald door de omgangsbegeleider;
eenmaal per twee weken voor de duur van acht uur onbegeleide omgang met elkaar, waarbij [minderjarige] wordt gebracht en opgehaald door de omgangsbegeleider;
eenmaal per twee weken voor de duur van acht uur onbegeleide omgang met elkaar, waarbij de man [minderjarige] bij de vrouw ophaalt en de vrouw [minderjarige] weer bij de man ophaalt.
5.De beslissing
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op de wijze zoals in rechtsoverwegingen 4.21 tot en met 4.23 is omschreven;
11 augustus PRO FORMA, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.