Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2617

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/02/445137 / FA RK 26-848
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging opname en verblijf wegens psychotische stoornis zonder psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1940, voor de duur van zes maanden. Betrokkene verzet zich tegen opname en stelt geen psychogeriatrische aandoening te hebben. De zorgverantwoordelijke en familie geven aan dat betrokkene ernstige gedragsproblemen vertoont, zorg weigert en niet meer in staat is voor zichzelf te zorgen.

De rechtbank beoordeelde op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) of betrokkene een psychische stoornis heeft die gelijkgesteld kan worden met een psychogeriatrische aandoening. Hoewel geen psychogeriatrische stoornis is vastgesteld, is betrokkene gediagnosticeerd met een psychotische stoornis NAO en vertoont zij gedragsproblemen die ernstig nadeel veroorzaken, zoals zelfverwaarlozing, wanen, hallucinaties en agressie.

De rechtbank concludeert dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen, mede omdat de huidige zorg en woonomgeving onvoldoende zijn. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, zodat betrokkene in een vertrouwde omgeving passende zorg kan ontvangen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door een psychotische stoornis NAO.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445137 / FA RK 26-848
Datum uitspraak: 6 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1940 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de zorgverantwoordelijke, mevr. [persoon 1] ;
  • de zoon, dhr. [persoon 2] ;
  • de schoondochter, mevr. [persoon 3] .

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene geeft duidelijk aan dat zij niet uit haar huis wil vertrekken. Ze herkent zich niet in de geuite zorgen, noemt deze onzin en benadrukt dat ze niet gek is. Hoewel ze medicatie voor haar hart gebruikt, weigert ze overige medicatie. Zij stemt niet in met het verzoek.
3.2.
De zorgverantwoordelijke verklaart, samengevat, dat betrokkene regelmatig zorg weigert. Zij vertoont decorumverlies en kan verward zijn in tijd en plaats. Betrokkene loopt vaak door de accommodatie, maar kan haar woning niet terugvinden of is bang dat er iemand binnen is. De zorg moet haar dan steeds weer terug naar haar appartement brengen. Soms zit zij hele dagen en nachten beneden, zonder te eten, drinken of zichzelf te verzorgen. Het komt ook voor dat betrokkene in haar onderbroek in de gang staat. Betrokkene is niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen. Bovendien is de benodigde zorg zo onregelmatig dat Thuiszorg dit niet langer kan bieden. Het ziektebeeld is niet vastgesteld, maar er is binnen de accommodatie een plek beschikbaar waar passende zorg geboden kan worden wat valt binnen de reikwijdte van de Wzd.
3.3.
De zoon geeft aan dat het ziektebeeld van betrokkene duidelijk is.
3.4.
De schoondochter vult aan dat noch Thuiszorg, noch de familie de benodigde zorg nog kunnen bieden. Alle functies van betrokkene nemen af; ze kan niet meer bellen, zelfstandig boodschappen doen of voor zichzelf zorgen. De familie maakt zich grote zorgen en kan het niet meer alleen oplossen.
3.5.
De advocaat pleit afwijzing van het verzoek. Volgens de medische verklaring is er geen sprake van een psychogeriatrisch ziektebeeld, maar wordt een psychotische stoornis als voorlopige diagnose gegeven. Het psychogeriatrisch ziektebeeld kan niet worden vastgesteld. Daarnaast ziet de advocaat geen concrete situatie waarin ernstig nadeel voordoet. Hij realiseert zich dat het verstandig is dat betrokkene meer zorg krijgt en begrijpt de zorgen van familie en zorgverleners. Hij ziet alleen geen verwaarlozing of incidenten beschreven in de medische verklaring. Betrokkene is van mening dat zij niets mankeert en er geen ernstig nadeel is. De medische verklaring geeft hierover geen duidelijkheid. Gelet op het voorgaande voldoet het verzoek niet aan de juridische eisen en wordt verzocht om het af te wijzen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank moet beoordelen of voor betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf moet worden afgegeven op grond van de Wzd. Bij betrokkene is geen sprake van een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische stoornis en evenmin van een gelijkgestelde aandoening (M. Huntington, Korsakov of NAH beeld). Betrokkene is gediagnosticeerd met de psychotische stoornis NAO.
Wettelijk kader
4.2.
Op grond van artikel 24 lid 4 van Pro de Wzd kan de rechter een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verlenen voor een persoon met een psychische stoornis en de stoornis van die persoon gelijkstellen met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, indien de rechter op basis van de verklaring van een ter zake kundige arts oordeelt dat sprake is van een psychische stoornis:
a. die dezelfde gedragsproblemen of regieverlies als een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap kan veroorzaken;
b. waarbij de benodigde zorg in verband met deze gedragsproblemen of regieverlies vergelijkbaar is met de zorg die nodig is bij een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap; en
c. waarbij deze gedragsproblemen kunnen of dit regieverlies kan leiden tot ernstig nadeel.
4.3.
Daarbij moet de rechter op grond van artikel 24, lid 3 en lid 5 Wzd dan verder beoordelen of:
a. het gedrag van een cliënt als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel;
b. de opname en het verblijf of de voortzetting van het verblijf noodzakelijk is om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden;
c. de opname en het verblijf of de voortzetting van het verblijf geschikt is om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden, en
d. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden.
Beoordeling
4.4.
De rechtbank is van oordeel dat in het geval van betrokkene is voldaan aan de wettelijke criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf en verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Hierna volgt de uitleg van die beslissing.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat uit zowel de bevindingen van de specialist ouderengeneeskunde uit de medische verklaring als de informatie van de zorgverantwoordelijke op de zitting blijkt dat uit de situatie van betrokkene zodanige gedragsproblemen of regieverlies voortvloeit, dat zij is aangewezen op zorg op grond van de Wzd. Betrokkene is gediagnosticeerd met een psychotische stoornis NAO. De specialist ouderengeneeskunde kan niet uitsluiten dat er een psychogeriatrische aandoening speelt, in het bijzonder een Lewy Body dementie, maar zij kan deze diagnose op dit moment niet stellen. Betrokkene heeft echter wel de zorg nodig die vergelijkbaar is met de zorg bij een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is sprake van zelfverwaarlozing, achterdocht, wanen en hallucinaties. Zij weigert de zorgmomenten en medicatie. Daarnaast heeft betrokkene veel behoefte aan ongeplande zorg: betrokkene moet dagelijks op ongeplande momenten door de zorgmedewerkers naar haar appartement worden begeleid.
4.6.
Voor de rechtbank is voldoende duidelijk dat er sprake is van een gedragspatroon dat ernstig nadeel oplevert. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.7.
De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. Betrokkene heeft zowel wanen als hallucinaties. Daarnaast is er sprake van achterdocht, zijn er stoornissen in de executieve functies en is er een evident gestoord ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene is vanuit haar waanideeën nagenoeg dagelijks verbaal agressief richting zorgmedewerkers en andere bewoners. Er is sprake van slechte zelfzorg en decorumverlies. Daarnaast is er sprake van een progressief verslechterende voedingsintake met een reëel risico op ondervoeding.
4.8.
De rechtbank vindt dan ook dat de opname en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft 24-uurstoezicht en begeleiding nodig. De huidige woonomgeving en bijbehorende zorg kan niet voorzien in de zorgbehoefte. Het thuiszorgteam biedt al langere tijd zorg wat voor hen niet haalbaar is om te bieden. Dit kan binnen de verzochte woonomgeving wel worden geboden. De woongroep waar betrokkene zou worden geplaatst zit in hetzelfde gebouw als haar huidige appartement, en daar is ook al een plek voor betrokkene. Het is voor betrokkene van belang dat de noodzakelijke zorg in een vertrouwde omgeving gecontinueerd wordt. De rechterlijke machtiging zal worden verleend, zodat betrokkene in haar vertrouwde omgeving kan blijven.
4.9.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft, ook tijdens de zitting, duidelijk aan dat zij niet weg wil uit haar huis. Betrokkene geeft duidelijk verbaal aan dat zij niet opgenomen wil worden in een verpleeghuis. Zij kan hier boos en verbaal agressief om worden.
4.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.11.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1940 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.