De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene, een vrouw met ernstige psychische stoornissen en een verslavingsprobleem. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en leeft een zwervend bestaan, waarbij zij afhankelijk is van middelen en kwetsbaar is voor misbruik door derden.
De behandelaar en advocaat gaven aan dat betrokkene momenteel niet bereid is tot vrijwillige behandeling vanwege haar verslaving, maar wel hulp wenst als zij clean is. De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrumstoornissen, PTSS en een middelenverslaving, die leiden tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en er geen minder bezwarende alternatieven zijn, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De toegewezen maatregelen omvatten medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht, insluiting, onderzoek van kleding en verblijfsruimte, en opname in een accommodatie als voorbereiding op een klinische intensieve behandeling.
De zorgmachtiging geldt voor de duur van zes maanden tot 6 september 2026. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer, met mogelijkheid tot cassatie.