Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2618

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/02/445076 / FA RK 26-816
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte opname en behandeling verslavingsstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene, een vrouw met ernstige psychische stoornissen en een verslavingsprobleem. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en leeft een zwervend bestaan, waarbij zij afhankelijk is van middelen en kwetsbaar is voor misbruik door derden.

De behandelaar en advocaat gaven aan dat betrokkene momenteel niet bereid is tot vrijwillige behandeling vanwege haar verslaving, maar wel hulp wenst als zij clean is. De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrumstoornissen, PTSS en een middelenverslaving, die leiden tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en er geen minder bezwarende alternatieven zijn, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De toegewezen maatregelen omvatten medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht, insluiting, onderzoek van kleding en verblijfsruimte, en opname in een accommodatie als voorbereiding op een klinische intensieve behandeling.

De zorgmachtiging geldt voor de duur van zes maanden tot 6 september 2026. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte opname en behandeling van betrokkene in een klinische intensieve behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445076 / FA RK 26-816
Datum uitspraak: 6 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • de advocaat van betrokkene, mr. Timmermans-Roelands;
  • de heer [persoon 1] , behandelaar;
  • [persoon 2] , mentor van betrokkene.
1.3.
Hoewel correct opgeroepen, is betrokkene niet verschenen. Niemand weet waar zij nu is. Volgens haar advocaat en de behandelaar weet zij van de zitting. Als zij clean is, wil ze een gesprek en beseft ze dat behandeling helpend is. Als zij niet clean is (zoals nu) is ze niet bezig met behandeling of een rechtszaak. Dit zegt zowel de advocaat als de behandelaar. De rechter leidt hieruit af dat betrokkene nu niet bij de zitting aanwezig had willen zijn.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Behandelaar geeft aan dat betrokkene een getraumatiseerde vrouw is waarvan misbruik wordt gemaakt door derden. Het leven van betrokkene wordt volledig beheerst door het gebruik van flakka en betrokkene heeft de afdeling verlaten nadat haar drugs werd aangeboden. Volgens de behandelaar heeft een opname in [accommodatie] geen zin en is betrokkene aangemeld voor een klinische intensieve behandeling (KIB). Een KIB is nog de enige hoop om de middelenverslaving van betrokkene te behandelen. Om betrokkene aan te melden voor een KIB is een zorgmachtiging nodig.
3.2.
De advocaat van betrokkene verzoekt primair namens betrokkene om afwijzing van het verzoek. Betrokkene wenst duidelijk niet behandeld te worden. Daarnaast geeft de geneesheer-directeur aan dat er meer grondslagen nodig zijn voor een opname op een KIB dan op een regulier GGZ-afdeling. Anders wordt de aanmelding van betrokkene niet geaccepteerd en is de zorgmachtiging niet doelmatig. De advocaat interpreteert deze opmerking aldus dat er meer grondslagen nodig zijn voordat het verzoek kan worden toegewezen. Subsidiair, bij toewijzing van het verzoek, kan de advocaat zich vinden in de vormen van verplichte zorg zoals verzocht in het verzoekschrift. De advocaat van betrokkene geeft aan dat betrokkene wel hulp wenst als zij clean is totdat de verslaving het overneemt en de zucht naar drugs het overneemt.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, overige DSM-5 stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Bij betrokkene is sprake van een stoornis in middelengebruik, PTSS en ongespecificeerde psychotische stoornis.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van ernstige verwaarlozing vanuit een psychotisch toestandsbeeld, veelal geluxeerd door middelengebruik. Betrokkene leidt een zwervend bestaan en mede vanwege haar afhankelijkheid van middelen bestaat het gevaar dat anderen misbruik maken van de kwetsbare positie van betrokkene. Ook reageert betrokkene agressief richting derden en veroorzaakt zij overlast.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is bij betrokkene geen sprake van ziektebesef waardoor betrokkene niet wil meewerken aan een behandeling in een vrijwillig kader. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. De rechtbank heeft begrepen dat het KIB noodzakelijk is. Daartoe zal betrokkene eerst moeten worden opgenomen bij [accommodatie] . Anders zal het KIB haar niet toelaten. Dan zijn de gevraagde vormen van verplichte zorg, hoewel veel, alle noodzakelijk.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
6 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.