Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2619

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/02/445026 / FA RK 26-785
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis en middelenmisbruik

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 maart 2026 een zorgmachtiging toegekend aan betrokkene, geboren in 1981, op verzoek van de officier van justitie. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis, middelenmisbruik en een lichte verstandelijke beperking, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid.

Tijdens de zitting met gesloten deuren werden betrokkene, zijn persoonlijk begeleidster, een verpleegkundige van het FACT-team en zijn vader gehoord. Betrokkene werkt momenteel mee en is gestopt met alcohol en drugs, maar de zorgmachtiging wordt noodzakelijk geacht als stok achter de deur om snel te kunnen ingrijpen bij terugval.

De rechtbank oordeelt dat opname alleen nodig is bij medicatieweigering of ernstig nadeel, maar dat verplichte zorg nodig is om medicatie toe te dienen, medische controles uit te voeren en bij opname bewegingsvrijheid te beperken en de woonruimte te onderzoeken. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging geldt tot 6 september 2026 en kan worden toegepast om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de veiligheid te waarborgen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg toe te passen bij betrokkene met ernstige psychische stoornissen en middelenmisbruik.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445026 / FA RK 26-785
Datum uitspraak: 6 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.W. Dieleman uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Dieleman;
  • mevrouw [persoon 1] , persoonlijk begeleidster;
  • [persoon 2] , verpleegkundige van het FACT-team;
  • de heer [persoon 3] , vader van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene verklaart dat hij zenuwachtig is maar het verder goed met hem gaat. Betrokkene geeft aan geen alcohol meer te drinken en ook met het gebruiken van drugs is hij gestopt. Door de medicatie heeft betrokkene geen last meer van psychoses. Wel ziet betrokkene vlekken op de muur als het licht uit is. Betrokkene staat achter de aanvraag van de zorgmachtiging zodat onmiddellijk kan worden ingegrepen als dat nodig is.
3.2.
De verpleegkundige van het FACT-team geeft aan dat een zorgmachtiging is aangevraagd omdat het met betrokkene niet goed ging. Betrokkene was psychotisch, dronk veel en er was sprake van middelenmisbruik. Betrokkene was erg angstig en in de waan dat mensen iets in zijn aders zouden spuiten. Betrokkene had daarom zijn woning gebarricadeerd en hij had een mes en boksbeugel om zichzelf te kunnen verdedigen. Betrokkene is daarom opgenomen waarna de psychotische symptomen verminderden. Na zijn terugkeer op de BW is betrokkene weer teruggevallen in veelvuldig drinken maar betrokkene is nu gestopt met drinken.
3.3.
De persoonlijk begeleidster verklaart dat betrokkene momenteel meewerkend is maar een zorgmachtiging noodzakelijk is zodat kan worden ingegrepen als dit noodzakelijk is.
3.4.
De vader van betrokkene zegt dat de goede wil van betrokkene vaak van korte duur is. De vader van betrokkene hoopt dat er met de zorgmachtiging meer controle op betrokkene komt zodat hij niet kan terugvallen in zijn drank- en drugsmisbruik.
3.5.
De advocaat verzoekt toewijzing van het verzoek. Betrokkene staat achter de aanvraag van de zorgmachtiging zodat kan worden ingegrepen als dat nodig is. De advocaat vraagt zich wel af of ‘opnemen in een accommodatie’ als zorgvorm nodig is.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Bij betrokkene is sprake van schizofreniespectrumstoornis, middelenmisbruik (alcohol, cannabis, amfetamines) en licht verstandelijke beperking.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene heftige paranoïde wanen heeft en overtuigd is dat onbekenden hem lastig vallen, zijn appartement binnen dringen en hem willen vermoorden. Daarom droeg betrokkene messen bij zich om zichzelf te kunnen verdedigen. Doordat betrokkene zo in beslag wordt genomen door zijn waanovertuigingen, stagneert zijn leven op sociaal-maatschappelijk niveau. Ook is er sprake van zelfverwaarlozing en verwaarlozing van de woonomgeving.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. Opname is alleen nodig indien betrokkene zijn medicatie niet inneemt of er ernstig nadeel optreedt. Nu is een opname niet nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene zich aan de afspraken houdt en de medicatie accepteert, acht de rechtbank een zorgmachtiging op dit moment als stok achter de deur, om sneller te kunnen ingrijpen wanneer betrokkene een terugval krijgt, noodzakelijk. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid,
bij een opname
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie –
indien betrokkene zijn medicatie niet inneemt of er sprake is van ernstig nadeel.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
6 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.