Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2621

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/02/445607 / FA RK 26-1103
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens ernstig psychisch nadeel en gevaar

Betrokkene verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis onder een crisismaatregel die door de burgemeester is afgegeven. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting verklaart betrokkene zich goed te voelen, maar de psychiater rapporteert afwijkend gedrag en een onduidelijk beeld van de psychische toestand.

De rechtbank constateert dat betrokkene dreigend gedrag vertoont, zoals het hard vastpakken van personen en het afpakken van een beveiligingspieper, en dat zij persoonlijke grenzen overschrijdt. Er is sprake van een ernstig risico op lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. De vermoedelijke oorzaak is een psychische stoornis binnen het schizofreniespectrum.

De rechtbank acht de situatie zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht, beperkingen in communicatie en bezoek, en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging geldt tot en met 27 maart 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken wegens ernstig psychisch nadeel en gevaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445607 / FA RK 26-1103
Datum uitspraak: 6 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteland] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2] ,
advocaat mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door een tolk en haar advocaat, mr. Schumans;
  • mevrouw [persoon] , psychiater.
Tevens waren een arts en verpleegkundige aanwezig. Zij zijn echter niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 4 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het goed met haar gaat en het personeel allemaal vrienden van haar zijn. Betrokkene verklaart dat haar gedrag komt door haar broer en zijn vrouw. Zij is door hen mishandeld en er werd door hen over haar geroddeld. Daarom heeft zij documenten geregeld om te reizen en wil zij niet terug naar Syrië.
4.2.
De psychiater verklaart tijdens de zitting dat betrokkene een ander beeld vertoont dan tijdens de vorige opname waarbij betrokkene aangaf stemmen te horen. Betrokkene is nu erg aanhankelijk en zoekt continu de fysieke nabijheid van het personeel. Het is lastig om met betrokkene gesprekken te voeren waardoor het nog onduidelijk is wat er aan de hand is. Betrokkene heeft een op een begeleiding nodig en bij een terugkeer naar het AZC zal het mis naar verwachting snel weer mis gaan.
4.3.
De advocaat wenst zich ten aanzien van het voorliggende verzoek te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij overweging dat betrokkene meermaals dreigend gedrag heeft vertoond door personen hard beet te pakken, te duwen en de beveiligingspieper van een verpleegkundige af te pakken. Ook is het moeilijk om met betrokkene een gesprek aan te gaan en herhaalt zij haar zinnen vaak. Zij is niet goed te volgen. Wat ze vertelt, klopt tenminste voor een deel niet. Voorts komt betrokkene dichtbij staan waarbij zij persoonlijke grenzen overgaat, onder andere van de tolk op zitting..
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Er wordt gedacht aan katatone symptomen bij mogelijk een onderliggende psychotische stoornis.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Er is bij betrokkene geen sprake van ziektebesef of ziekte-inzicht. Ook is betrokkene tijdens een eerdere vrijwillige opname tegen medisch advies in naar huis gegaan.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteland] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
27 maart 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.