Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1927, vanwege haar psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals een verpleegkundige die verklaarde dat de huidige verzorgingslocatie onvoldoende zorg en begeleiding kan bieden. Betrokkene zelf gaf aan niets misdaan te hebben en begreep de zitting niet, terwijl zij tevens aangaf niet haar kamer te willen verlaten.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan dementie en dat haar gedrag leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie. Gezien haar cognitieve achteruitgang is opname noodzakelijk om dit nadeel te voorkomen, mede omdat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging werd daarom voor de duur van zes maanden verleend.