De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen te verlengen met zes maanden. De kinderen zijn eerder onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling, onder meer door huiselijk geweld en een lopend contactverbod tegen de vader.
Tijdens de zitting waren de ouders aanwezig, beiden tegen de verlenging. De gecertificeerde instelling stelde dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn bereikt, mede door het recente begin van hulpverlening aan de vader en het ontbreken van een risicotaxatie. De omgang tussen vader en kinderen dient begeleid te blijven, en er wordt gewerkt aan een veiliger en beter uitvoerbare omgangsregeling.
De vader en moeder betwisten de noodzaak van verlenging, wijzen op vermeende verbeteringen en belemmeringen door de ondertoezichtstelling. De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke voorwaarden voor verlenging zijn vervuld, gezien de aanhoudende ernstige ontwikkelingsbedreiging en onvoldoende vrijwillige hulpverlening. De beschikking wordt verlengd van 11 maart tot 11 september 2026 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.