Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2642

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
24/7889 WLZ
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzBeleidsregels indicatiestelling Wlz 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Wet langdurige zorg wegens ontbreken 24-uurs zorgbehoefte

Eiser, geboren in 2000, met het syndroom van Usher en autismespectrumstoornis, vroeg Wlz-zorg aan. Het CIZ wees de aanvraag af omdat geen blijvende noodzaak voor 24-uurs zorg in de nabijheid kon worden vastgesteld. De medisch adviseur stelde vast dat de grondslagen somatiek en psychiatrie aanwezig zijn, maar niet verstandelijke of zintuiglijke handicap.

Eiser voerde aan dat hij door zijn complexe fysieke, psychische en zintuiglijke beperkingen, waaronder doofheid, visusklachten, evenwichtsstoornissen en een licht verstandelijke handicap, permanent toezicht en zorg nodig heeft. Hij stelde dat de adviezen en hulpmiddelen zoals het cochleair implantaat onvoldoende effect hadden.

De rechtbank oordeelde dat de medisch adviseur voldoende had gemotiveerd dat de grondslag verstandelijke handicap niet kan worden vastgesteld, mede vanwege uiteenlopende IQ-testresultaten en de invloed van ASS en auditieve beperkingen. Ook de grondslag zintuiglijke handicap werd niet vastgesteld, omdat het gehoorverlies met implantaat onder de norm bleef en het gezichtsveld niet ernstig beperkt was.

Verder concludeerde de rechtbank dat er geen objectief bewijs was voor zware regieproblemen of een noodzaak tot onafgebroken toezicht en actieve observatie. Eiser kan alarmeren en voert zelf diverse huishoudelijke taken uit. Daarom is de afwijzing van de Wlz-aanvraag terecht en blijft het beroep ongegrond.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van Wlz-zorg wegens het ontbreken van een blijvende noodzaak voor 24-uurs zorg in de nabijheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7889 WLZ

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. R. Kaya),
en

CIZ, verweerder,

(gemachtigde: mr. M. Bozdag).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor Wlz-zorg. CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 22 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van eiser. Op zitting is het onderzoek geschorst omdat CIZ zich op deze zitting, vanwege ziekte, niet kon laten vertegenwoordigen.
2.3.
Het beroep is vervolgens behandeld op de nadere zitting van 12 maart 2026. Hierbij waren aanwezig: de gemachtigde van eiser, eisers zus [persoon 1] en de gemachtigde van CIZ.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1
Eiser, geboren op [geboortedag] 2000, heeft het syndroom van Usher1F en een autismespectrumstoornis (ASS). Eiser heeft sinds zijn 5e jaar een cochleair implantaat (CI) en heeft een Wajonguitkering.
3.2
Op 5 december 2023 heeft eiser een aanvraag om zorg op grond van de Wlz ondertekend.
3.3
Met het primaire besluit van 22 december 2023 heeft CIZ deze aanvraag afgewezen. CIZ stelt dat uit onderzoek is gebleken dat eiser verschillende aandoeningen heeft, zoals ASS en doofheid. Gedurende de dag is er veel hulp en begeleiding nodig. Om in aanmerking te komen voor een Wlz-indicatie is 24 uurs zorg in de nabijheid op geplande en ongeplande momenten blijvend noodzakelijk om ernstig nadeel/gevaar te voorkomen. Bij eiser is dat niet vast te stellen. Uit recent onderzoek blijkt waardoor eisers problemen veroorzaakt worden. Om daarmee om te leren gaan zijn er verschillende adviezen gegeven. Daardoor kan eiser mogelijk bepaalde vaardigheden aanleren om beter met zijn beperkingen om te gaan. Een blijvende noodzaak voor 24 uurs zorg is daarmee niet vast te stellen.
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Bestreden besluit
3.4.1
CIZ heeft dit bezwaar met het bestreden besluit van 1 oktober 2024 ongegrond verklaard. CIZ heeft dat besluit gebaseerd op het advies van zijn medisch adviseur [persoon 2] van 25 juli 2024 en aanvullend advies van 2 september 2024.
3.4.2
De medisch adviseur heeft de grondslagen somatiek en psychiatrie vastgesteld. De grondslagen verstandelijke handicap of zintuigelijk (auditieve of visuele) handicap kunnen volgens hem niet worden gesteld.
3.4.3.
Blijvende ondersteuning lijkt nodig, maar een noodzaak tot 24 uurs zorg in de nabijheid kan niet worden vastgesteld. Er is geen noodzaak tot onafgebroken toezicht en actieve observatie en geen noodzaak tot voortdurende begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg. Zware regieproblemen kunnen vanuit de psychische problematiek niet geobjectiveerd worden.
3.4.4
Daarnaast behoren behandeling en ondersteuning door onder meer GGMD en VISIO volgens de medisch adviseur nog tot de mogelijkheden. Uit de medische informatie blijkt niet dat er geen behandel-, begeleidings- of ondersteuningsmogelijkheden meer zijn. De adviezen van GGMD van 2023 lijken niet te zijn opgevolgd.
3.4.5
Vooralsnog is er volgens CIZ geen sprake van een eindsituatie waardoor ook niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uurs zorg in de nabijheid.
Beroep
4.1
Eiser stelt dat hij een complex geheel aan fysieke, psychische en zintuigelijke klachten en beperkingen heeft. Door het syndroom van Usher1F is hij doof en hij heeft visusklachten en evenwichtsstoornissen. Daarnaast heeft eiser een ASS en is licht verstandelijk gehandicapt. Zijn klachten en beperkingen zijn chronisch en progressief en dus van blijvende aard.
4.2
Volgens eiser heeft CIZ ten onrechte de grondslag verstandelijke handicap niet gesteld. Uit de psychologische onderzoeken blijkt dat eiser ASS heeft en licht verstandelijk gehandicapt is. Eiser kan niet lezen en schrijven en functioneert op het niveau van begin groep 3 of lager. Dat getuigt niet van leerbaarheid. Ook het feit dat eiser speciaal onderwijs heeft gevolgd bevestigt het bestaan van een verstandelijke handicap.
4.3
Door de evenwichtsstoornis bestaat een groot valgevaar. Eiser is ook regelmatig gevallen. En door het beperkte zicht ziet eiser overdag wel iets, maar alleen recht voor zich. Links en rechts neemt hij niet waar. Bij schemer en in de nacht ziet eiser weinig tot niets en is hij afhankelijk van een ander.
Eiser heeft geen zelfinzicht, geen ziekte-inzicht of -besef. Eiser wil niet accepteren dat hij beperkingen heeft. Hij overschat zichzelf, waardoor hij zichzelf en anderen in groot gevaar brengt. Eiser is daarnaast zorgmijdend en wantrouwend.
De complexe combinatie van fysieke en psychische klachten – doofheid, visusklachten en evenwichtsproblemen – zorgmijdend gedrag, wantrouwen, overschatting van het eigen kunnen, ASS en de licht verstandelijke handicap maken dat eiser permanent toezicht, begeleiding en overname van zelfzorg nodig heeft. Niet alleen buitenshuis heeft eiser permanent toezicht nodig, maar ook in huis. Eiser kookt graag maar, vanwege zijn beperkingen is hij daartoe niet in staat. Eiser is op dat gebied niet leerbaar en eigenwijs. Wat zijn familie ook doet, zodra hij kan gaat eiser koken met alle gevolgen van dien.
4.4
De aangedragen oplossingen, zoals een CI en behandeling door GGMD, hebben niet geholpen. Met het implantaat leken eisers gehoorproblemen enigszins verholpen, maar dat is niet het geval. Van het implantaat had eiser veel klachten, zoals overprikkelende piepgeluiden, die voor hem ondraaglijk waren. Eiser heeft het daarom niet meer gedragen. De gesprekken bij GGMD zijn bedoeld als ventilerend en niet als verbetering voor eisers psychische klachten of vermindering van zijn zorgbehoefte.
4.5
Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser informatie overgelegd van klinisch geneticus [persoon 3] van 23 januari 2024 en 8 augustus 2024 en (ongedateerde) informatie van oogarts [persoon 4] waaruit blijkt dat hij eiser op 8 juli 2025 heeft gezien.
Verweer
5.1
CIZ heeft in reactie op de beroepsgronden onder meer benadrukt dat niet ter discussie staat dat eiser kampt met een ernstige progressieve aandoening en dat er een grote zorgbehoefte bestaat.
5.2
Gezien het progressieve verloop van Usher is het aannemelijk dat in de toekomst sprake kan zijn van de grondslag zintuigelijke handicap. Momenteel kan die grondslag, gelet op de uitslagen van testen nog niet worden gesteld.
Ten aanzien van het implantaat stelt CIZ dat niet kan worden gesteld dat dat eiser niet heeft geholpen. Uit medische informatie blijkt dat eiser hiervan niet optimaal gebruik maakt.
5.3
Ook de grondslag verstandelijke handicap kan niet worden gesteld. Eiser heeft beperkingen in het adaptief functioneren. Ook heeft hij zeer beperkte verbale vaardigheden, waardoor zijn intellectuele capaciteiten onder druk staan. Dit heeft gevolgen voor het adaptief functioneren. Met andere woorden, de ASS drukt de uitkomsten van de intelligentietest. Op basis van de onderzoeken kan geen verstandelijke beperking worden vastgesteld.
Toetsingskader
6. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Oordeel van de rechtbank
7.1
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of CIZ op goede gronden geweigerd heeft zorg op grond van de Wlz aan eiser toe te kennen.
7.2
Op grond van artikel 3.2.1 van de Wlz bestaat recht op Wlz-zorg als de aanvrager vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht ter voorkoming van ernstig nadeel of aan 24 uurs zorg in de nabijheid als iemand niet kan alarmeren en om ernstig nadeel te voorkomen bij fysieke problemen of zware regieproblemen waardoor voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is. Ernstig nadeel is onder meer (dreigende) ernstige verwaarlozing of ernstig lichamelijk letsel.
Grondslag verstandelijke handicap
7.3
In de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 (de Beleidsregels) is bepaald dat sprake is van de grondslag verstandelijke handicap als betrokkene een score haalt van 75 of lager op een intelligentietest en in verband met ernstige beperkingen in het adaptief functioneren blijvende ondersteuning nodig heeft ter voorkoming van ernstig nadeel en de beperkingen in het cognitief en adaptief functioneren voor het 18e jaar zijn ontstaan. Een IQ-score tussen 75 en 85 kan ook leiden tot de grondslag verstandelijke handicap als betrokkene als gevolg van zijn verstandelijke beperkingen ernstige of zeer ernstige beperkingen in het adaptief vermogen heeft en daardoor afhankelijk is van intensieve ondersteuning op minimaal één van de drie domeinen te weten het conceptuele, sociale en praktische domein, ter voorkoming van ernstig nadeel. Daarnaast kan de intensieve ondersteuningsbehoefte samenhangen met bijkomende problematiek zoals probleemgedrag. De beperkingen moeten zijn ontstaan voor het 18e jaar.
7.4
Medisch adviseur [persoon 2] van CIZ heeft geconcludeerd dat op basis van de onderzoeken een verstandelijke beperking niet kan worden gesteld en dus ook niet de grondslag verstandelijke handicap. De medisch adviseur heeft gerapporteerd dat er bij eiser meermaals intelligentie-onderzoek verricht is op 11-, 16- en 23-jarige leeftijd. In 2011
(11 jaar) is door Auris audiologisch centrum een WVN-NL totaalscore van 106 gemeten. In 2017 is bij eiser op 16-jarige leeftijd psychodiagnostisch onderzoek herhaald. Bij SON-R
6-40 is een IQ van 97 gemeten. Ook zijn twee onderdelen van de WVN-NL afgenomen die een beroep doen op het visueel geheugen. Geconcludeerd is dat de niet verbale verstandelijke capaciteiten ook bij dit onderzoek op gemiddeld niveau liggen. Tot slot is in 2023 op 23-jarige leeftijd door GGMD onderzoek naar de ASS en het intelligentieniveau verricht. Het intellectueel functioneren is door middel van WAIS-IV-NL gemeten op licht verstandelijk beperkt tot gemiddeld niveau. Er is echter sprake van een disharmonisch profiel waarbij het TIQ geen accurate weergave geeft van het intelligentieprofiel. Het totaal intellectueel functioneren is door middel van SON-R 6-40 gemeten op gemiddeld niveau. Er is aangegeven dat de resultaten van de SON-R 6-40 een betere weergave geven van de capaciteiten en dat eiser een ASS heeft en zeer beperkte verbale vaardigheden, waardoor zijn intellectuele capaciteiten onder druk staan. Dit heeft gevolgen voor zijn adaptief functioneren.
7.5
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de medisch adviseur hiermee afdoende gemotiveerd dat een grondslag verstandelijke handicap niet aan de orde is. Daarbij betrekt de rechtbank de door de medisch adviseur gegeven mogelijke verklaring voor de verschillen in resultaten van eisers intellectuele capaciteiten op de WAIS-IV-NL en SON-R 6-40 testen. Mogelijke verklaring volgens de medisch adviseur zijn de verbale beperkingen en ontwikkelingsachterstand in de Nederlandse taal als gevolg van eisers auditieve beperking.
Grondslag zintuiglijke handicap
7.6
In de Beleidsregels is bepaald dat de grondslag zintuiglijke handicap kan worden toegekend aan mensen met een visuele of auditief-communicatieve handicap of een (zeer) ernstig spraak-/taalprobleem (of -stoornis).
In de Beleidsregels is vermeld dat een visuele handicap onder de grondslag zintuiglijke handicap valt als er sprake is van een gezichtsscherpte van minder dan 0.3 aan het beste oog, en/of een gezichtsveld van minder dan 30 graden en/of een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren.
Van een auditieve stoornis is sprake als een arts stoornissen in het gehoorvermogen heeft vastgesteld of heeft laten vaststellen. De mate van gehoorverlies wordt bepaald met audiometrie van het beste oor. Het gehoorverlies wordt, na een gewenningsperiode van twee jaar, vastgesteld met een CI in. Er is sprake van een auditieve stoornis als het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz te middelen of als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcher index, het gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1000 en 2000 Hz.
Een spraak-/taalstoornis kan volgens de Beleidsregels worden vastgesteld bij ernstige communicatieve beperkingen. Een spraak-/taalstoornis wordt onder de grondslag zintuiglijke handicap vastgesteld als de persoon afhankelijk is van een-op-een begeleiding in de communicatie en daarbij een blijvende multidisciplinaire aanpak voor zijn communicatieproblemen nodig heeft en de oorzaak in de persoon ligt en de spraak-, taalstoornis op zichzelf staat.
7.7
De medisch adviseur heeft gerapporteerd dat de oogarts met betrekking tot de retinitis pigmentosa in januari 2024 concludeert dat sprake is van een redelijk stabiel beeld. Er worden diverse oogheelkundige onderzoeken beschreven waaronder Goldman (gezichtsveld: temporale en centrale rest niet achteruitgegaan sinds 2021) en een visus beiderzijds van 0.6 met bril. Op basis van de gezichtsscherpte kan volgens de medisch adviseur de grondslag visuele handicap niet worden gesteld. Mogelijk was er wel sprake van deze grondslag op basis van het gezichtsveld. De medisch adviseur heeft daarom aanvullend schriftelijke informatie ingewonnen bij de oogarts om aard en ernst van de visuele problematiek, maar ook de effecten van behandeling en eventuele behandelopties nader te kunnen objectiveren. Behoudens een brief met bevindingen werden geen aanvullende antwoorden gegeven. Een grondslag visuele handicap op basis van het gezichtsveld kan volgens de medisch adviseur dan ook niet worden gesteld.
De medisch adviseur concludeert dat eiser ook niet voldoet aan de criteria voor de grondslag auditief communicatieve handicap. Uit audiometrisch onderzoek in 2017 met CI, waar eiser sinds 2005 over beschikt, blijkt sprake van een stabiel auditief functioneren ten opzichte van een jaar daarvoor. Gemiddeld drempelverlies bedraagt 26,6 dB gemeten bij 1000, 2000 en 4000 Hz met implantaat en een gemiddeld drempelverlies van 21,6 dB gemeten bij 500, 1000 en 2000 Hz met implantaat.
Tot slot kan volgens de medisch adviseur de grondslag spraak/taalstoornis niet gesteld worden, nu de spraak/taalbeperkingen niet op zichzelf staan.
Over de informatie van de KNO-arts, waarin hij aangeeft dat het verstaan van spraak zich met het implantaat nooit goed ontwikkeld heeft en eiser het implantaat daarom ook niet meer draagt, heeft de medisch adviseur in zijn aanvullend advies gesteld dat een beperkte spraakontwikkeling niet betekent dat communicatie niet mogelijk is.
7.8
Met betrekking tot de informatie van oogarts [persoon 4] van 8 juli 2025 die eiser
twee dagen voor de zitting van 12 maart 2026 heeft overgelegd, heeft CIZ op zitting gesteld dat daarover telefonisch contact met de medisch adviseur is geweest. De medisch adviseur heeft aangegeven dat in de informatie van de oogarts geen gradatie van het gezichtsveld vermeld is; er is geen objectieve maat voor de beperking van het gezichtsveld door de oogarts gegeven. Op basis van deze informatie kan daarom niet alsnog de grondslag visuele/zintuigelijke handicap worden gesteld.
7.9
De rechtbank is van oordeel dat de medisch adviseur afdoende heeft gemotiveerd dat de grondslag zintuigelijke handicap niet aan de orde is. Als eiser zijn CI gebruikt blijft het gehoorverlies onder de norm zoals vermeld in de Beleidsregels. Daarnaast is de toelichting van CIZ op zitting over de informatie van de oogarts afdoende. De rechtbank kan uit die informatie evenmin afleiden dat eisers gezichtsveld minder dan 30 graden bedraagt. Verder staat eisers spraak/taalstoornis niet op zichzelf.
24 uurs zorg in de nabijheid
7.1
De medisch adviseur heeft gerapporteerd dat zware regieproblemen waarbij voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is onvoldoende kunnen worden onderbouwd uit de grondslag psychische stoornis. Eisers fysieke problemen door de aandoening van Usher1F met de zintuigelijke problemen als gevolg daarvan behoeven eveneens geen voortdurende begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg. Daarom kan volgens de medisch adviseur een medische noodzaak tot 24 uurs zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen niet worden onderbouwd.
7.11
Alhoewel duidelijk is dat eiser heel veel zorg nodig heeft, is ook de rechtbank niet gebleken van zware regieproblemen. Uit de rapportage van de medisch adviseur blijkt dat eiser in staat is te alarmeren en dat hij niet voortdurend begeleiding nodig heeft of overname van taken. Er is wel aansturing nodig bij de persoonlijke verzorging, maar eiser kan die zelf uitvoeren. Daarnaast ruimt eiser zijn eigen kamer op en helpt hij met het wegbrengen van vuilnis, afruimen, afwassen, tuinieren en boodschappen doen. Een noodzaak tot 24 uurs zorg in de nabijheid is niet dan wel onvoldoende objectiveerbaar.
7.12
Nu CIZ naar het oordeel van de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat 24 uurs zorg in de nabijheid niet kan worden vastgesteld, is niet relevant of sprake is van een blijvende situatie, of sprake is van behandel-, begeleiding- en ondersteuningsmogelijkheden. Daarover zal de rechtbank dan ook niet oordelen.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank komt tot de slotsom dat het besluit van CIZ, waarbij aan eiser Wlz-zorg is geweigerd, standhoudt. Het beroep is dan ook ongegrond. Eiser heeft daarom geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier op 7 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet langdurige zorg
Artikel 3.2.1
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024
In de Beleidsregels is over verstandelijke handicap onder meer bepaald:
Een verstandelijke beperking begint gedurende de ontwikkelingsperiode, met beperkingen
in zowel het verstandelijke als het adaptief functioneren in de conceptuele, sociale
en praktische domeinen.
Beperkingen in het intellectueel en adaptief functioneren worden vastgesteld door
een professionele beoordeling en door een geïndividualiseerde gestandaardiseerde,
psychometrisch valide en betrouwbare intelligentietest.
Er is sprake van een grondslag verstandelijke handicap als:
• Een persoon een normscore van 75 of lager behaalt op een algemene en voor hem valide
intelligentietest, en
• er dusdanige beperkingen in het adaptief functioneren zijn vastgesteld dat de persoon
aangewezen is op blijvende ondersteuning om de deficiënties in het adaptief vermogen te
beperken ten einde ernstig nadeel voor hem of haar te voorkomen, en
• de beperkingen op bovengenoemde terreinen gedurende de vroege ontwikkelingsleeftijd
ontstaan zijn. Als de beperkingen in het cognitief en adaptief functioneren pas na het 18e
levensjaar ontstaan zijn en er in de voorgeschiedenis hiervoor geen aanwijzingen waren, dan
past dat niet bij een beeld van een persoon met een verstandelijke handicap.
Afhankelijk van de ernst van de beperkingen in het adaptief functioneren, en de eventuele
aanwezige gedragsproblemen, kan ook een IQ-score tussen de 75 en 85 tot een
grondslag verstandelijke handicap leiden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
• De persoon behaalt een normscore tussen de 75 en 85 op een algemene en voor hem valide intelligentietest, en
• uit de bovengenoemde professionele beoordeling moet blijken dat de persoon als
gevolg van zijn verstandelijke beperkingen ernstige of zeer ernstige beperkingen in
het adaptief vermogen heeft en daardoor afhankelijk is van intensieve ondersteuning
op minimaal één van de drie domeinen te weten het conceptuele, sociale en praktische
domein, ter voorkoming van ernstig nadeel voor hem of haar. Daarnaast kan de intensieve
ondersteuningsbehoefte samenhangen met bijkomende problematiek zoals o.a.
probleemgedrag, en
• bij deze professionele beoordeling wordt ter ondersteuning van de onderzoeksbevindingen
gebruik gemaakt van één van de binnen de beroepsgroep gebruikelijke testen om het
adaptief functioneren in kaart te brengen. In ieder geval dient uit het professionele
onderzoek een duidelijk beeld verkregen te worden van de actuele stoornissen en
beperkingen en de mate van ondersteuning waarop de persoon is aangewezen (volledig
diagnostisch onderzoek), en
• de beperkingen op bovengenoemde terreinen moeten gedurende de vroege
ontwikkelingsleeftijd ontstaan zijn. Als de beperkingen in het cognitief en adaptief
functioneren pas na het 18e levensjaar ontstaan zijn en er in de voorgeschiedenis hiervoor
geen aanwijzingen waren, dan past dat niet bij een beeld van een persoon met een
verstandelijke handicap
Over zintuiglijke handicap is onder meer beschreven:
De grondslag zintuiglijke handicap kan worden toegekend aan mensen met een visuele of
auditief-communicatieve handicap of een (zeer) ernstig spraak-/taalprobleem (of -stoornis).
visuele handicap
Visuele beperkingen worden in Nederland gedefinieerd volgens de ICD-10 classificatie van de WHO en ingedeeld op basis van gezichtsscherpte (visus) en gezichtsveld, waarbij de diagnostiek plaatsvindt door middel van metingen met hulpmiddel (bril).
Een visuele handicap valt onder de grondslag zintuiglijke handicap als er volgens de richtlijnen voor diagnostiek van de NOG sprake is van:
• Een gezichtsscherpte van < 0.3 aan het beste oog, en/of
• Een gezichtsveld < 30 graden, en/of
• Een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde ernstige
beperkingen in het dagelijks functioneren.
auditief-communicatieve handicap
Van een auditieve stoornis is sprake als een arts stoornissen in het gehoorvermogen
heeft vastgesteld of heeft laten vaststellen. De mate van gehoorverlies wordt bepaald
met audiometrie van het beste oor, zonder gebruik van een eventueel hulpmiddel
zoals een gehoorapparaat. Een uitzondering hierop is het cochleair implantaat. Na een
gewenningsperiode van twee jaar wordt het gehoorverlies vastgesteld met het implantaat in.
Volgens de FENAC-richtlijnen voor diagnostiek is er sprake van een auditieve stoornis als:
• Het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het
gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz te middelen; of
• Als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcher index, het
gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1000 en 2000 Hz.
Om van de grondslag zintuiglijke handicap te spreken moet de auditieve stoornis samenhangen met communicatieve beperkingen en/of ernstige sociaal emotionele problematiek en/of ernstige spraak/-taalstoornis en/of leerachterstand.
spraak-/taalstoornis
Een spraak-/taalstoornis kan worden vastgesteld bij ernstige communicatieve beperkingen. Deze kunnen zijn ontstaan door (zeer) ernstige beperkingen op één of meer ondergenoemde terreinen:
• Spraakproductie (iemand spreekt woorden en/of zinnen niet goed uit);
• Spraakperceptie (de hersenen verwerken geluid/spraak niet goed);
• Morfo-syntactische kennis (receptief en productie, iemand heeft bijvoorbeeld moeite met begrijpen wat anderen zeggen);
• Lexicaal-semantische kennis (receptief en productie, iemand heeft bijvoorbeeld moeite taal te gebruiken om zich aan anderen duidelijk te maken).
Bovenstaande moet zijn aangetoond door middel van multidisciplinaire diagnostiek verricht in het tweede compartiment, conform de FENAC-richtlijnen.
Een spraak-/taalstoornis wordt onder de grondslag zintuiglijke handicap vastgesteld als:
• De persoon afhankelijk is van een-op-een begeleiding in de communicatie en daarbij een blijvende multidisciplinaire aanpak voor zijn communicatieproblemen nodig heeft, en
• de oorzaak in de persoon ligt, en
• de spraak-, taalstoornis op zichzelf staat, dus eventuele andere problematiek (psychiatrisch, fysiologisch, neurologisch, cognitief) is ondergeschikt aan de taalontwikkelingsstoornis.