ECLI:NL:RBZWB:2026:2651

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
C/02/445258 / KG ZA 26-87 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Scheffers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot verwijdering van camera’s met zicht op perceel eisende partij

In deze kort geding procedure vordert de eisende partij dat de gedaagde wordt veroordeeld om binnen 48 uur na betekening van het vonnis alle camera’s die zicht bieden op het perceel van de eiser te verwijderen of zodanig aan te passen dat geen zicht meer bestaat op het perceel, de woning of tuin. Tevens vordert de eiser een dwangsom voor het geval van niet-naleving en vergoeding van de proceskosten.

De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. De dwangsom wordt gematigd tot € 1.000 per dag met een maximum van € 25.000. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. De uitspraak is gedaan door mr. Scheffers op 3 april 2026.

Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld tot verwijdering van camera’s die zicht bieden op het perceel van de eiser binnen 48 uur, met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/445258 / KG ZA 26-87
Vonnis in kort geding van 3 april 2026
in de zaak van
[eisende partij],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. D.Y.C.T. Gloudemans,
tegen
[gedaagde partij],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de mondelinge behandeling van 2 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.Het geschil

2.1.
[eisende partij] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde partij] te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van het vonnis alle camera’s die zicht bieden op het perceel van [eisende partij] , zoals weergegeven in productie 1 van de dagvaarding, volledig te verwijderen, althans deze zodanig te verwijderen, af te wenden of technisch aan te passen dat op geen enkele wijze – direct noch indirect – nog zicht bestaat op (enig deel van) het perceel, de woning en/of tuin van [eisende partij] , en deze camera’s verwijderd dan wel afgewend te houden, met schriftelijke bevestiging en ondersteunend beeldbewijs aan [eisende partij] dat [gedaagde partij] aan het voorgaande heeft voldaan te verstrekken binnen gelijke termijn, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00 voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat [gedaagde partij] niet voldoet aan deze veroordeling, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom.
II. [gedaagde partij] te veroordelen in de kosten van deze procedure (inclusief nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.De beoordeling

3.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat [gedaagde partij] niet is verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat aan [gedaagde partij] verstek wordt verleend.
3.2.
De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. De dwangsom zal worden gematigd als hierna vermeld.
3.3.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
341,00
- salaris advocaat
760,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.443,02
3.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
verleent verstek tegen [gedaagde partij] ,
4.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de camera’s die zicht bieden op het perceel van [eisende partij] zoals weergegeven en beschreven in productie 1 bij de dagvaarding te verwijderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat zij hier niet aan voldoet, met een maximum van € 25.000,00,
4.3.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.443,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Scheffers en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.