ECLI:NL:RBZWB:2026:267

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
BRE 26/239
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174a Gemeentewet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens verstoring openbare orde

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om hun woning met bestuursdwang te sluiten wegens ernstige verstoring van de openbare orde. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, met name ten aanzien van de bevoegdheid en de noodzaak van de sluiting.

Hoewel sprake is van meerdere incidenten in de straat, waaronder brandbommen, is onvoldoende onderbouwd waarom juist de woning van verzoekers gesloten moest worden. De verwijzing naar antecedenten van de oudste zoon is zonder nadere toelichting onvoldoende om de incidenten aan verzoekers toe te rekenen. Daarnaast zijn minder ingrijpende maatregelen getroffen, zoals cameratoezicht en extra politietoezicht.

Gezien de zwaarte van de maatregel en de twijfel over de rechtmatigheid daarvan, heeft de voorzieningenrechter het verzoek om schorsing toegewezen. De burgemeester moet verzoekers weer toegang verlenen tot hun woning en het griffierecht vergoeden. De uitspraak is bindend voor het voorlopige geding en staat geen hoger beroep toe.

Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst wegens onvoldoende gemotiveerde bevoegdheid en noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/239 GEMWT VV
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 januari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoekers 1], uit [woonplaats] , verzoekers,
en

de burgemeester van de gemeente Oosterhout.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Stichting Thuisvesteruit [woonplaats] (de woningstichting).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het besluit van de burgemeester om de door hen gehuurde woning aan de [adres 1] (de woning) met spoedeisende bestuursdwang te sluiten voor een maand met ingang van 31 december 2025 op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet (bestreden besluit). De woning is daadwerkelijk per die datum gesloten.
1.1.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester en een voorlopige voorziening gevraagd.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers [verzoekers 2] , en mr. S.E.J. Wuijts en [vertegenwoordiger] namens de burgemeester. De woningstichting was, met voorafgaand bericht, niet aanwezig.
1.3.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Hebben verzoekers een spoedeisend belang?
3. Als gevolg van het bestreden besluit is de woning van verzoekers gesloten voor een maand, wat een zeer ingrijpende maatregel is. Gelet op de aard en zwaarte van deze last onder bestuursdwang en het woonrecht van verzoekers, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van voldoende spoedeisend belang bij hun verzoek om schorsing van het bestreden besluit. Dat zij inmiddels elders onderdak hebben, doet hier niet aan af.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
4. De voorzieningenrechter moet beoordelen of het bezwaar van verzoekers voldoende kans van slagen heeft en zo ja, of dat gezien de betrokken belangen moet leiden tot het treffen van een voorziening totdat op het bezwaar is beslist.
4.1.
De burgemeester baseert het besluit op artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. Op grond van dat artikel is de burgemeester bevoegd een woning te sluiten als door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het erf, de openbare orde rond de woning of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
4.2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de bestuurlijke rapportage van de politie van 31 december 2025 erg summier. Pas ter zitting is duidelijk geworden wat er bij de diverse incidenten in de [straatnaam] is gebeurd, zoals dat bij de meeste incidenten sprake was van brandbommen.
4.3.
Ook het bestreden besluit is summier gemotiveerd. Ter zitting is gebleken dat bij de schriftelijke beslissing tot sluiting van de woning ook de bestuurlijke rapportage van 1 januari 2026 en het incident van 2 januari 2026 op [adres 2] zijn betrokken. Dit blijkt echter niet uit het bestreden besluit. Evenmin blijkt daaruit dat de woning eerst op 31 december 2025 voor een week is gesloten en pas na de aanvullende rapportage en het driehoeksoverleg voor een maand.
4.4.
In deze zaak is sprake van meerdere ernstige incidenten waardoor de openbare orde is verstoord en ernstige vrees voor herhaling daarvan. Dat de burgemeester hiertegen wil optreden is alleszins begrijpelijk. Vanwege deze incidenten is de burgemeester in beginsel ook bevoegd om een woning te sluiten.
4.5.
De voorzieningenrechter heeft echter ernstige twijfel of voldoende is gemotiveerd waarom de woning van verzoekers gesloten moest worden. Er was sprake van vijf incidenten in de straat, twee gericht tegen de woning van verzoekers en drie tegen andere woningen. Daarnaast heeft de politie weliswaar verwezen naar antecedenten van de oudste zoon, maar deze verwijzing is zonder nadere toelichting onvoldoende om de incidenten toe te rekenen aan (de woning van) verzoekers. Dit geldt te meer nu de zoon ter zitting heeft verklaard dat de antecedenten van vier jaar geleden zijn. Gelet op het voorgaande, bezien in samenhang met de zware last tot sluiting van de woning, twijfelt de voorzieningenrechter aan de bevoegdheid van de burgemeester.
4.6.
Als wel zou worden aangenomen dat de burgemeester bevoegd is om de woning van verzoekers te sluiten, dan dient (onder andere) de vraag te worden beantwoord of de sluiting van de woning noodzakelijk is. Daarbij is ook van belang of kan worden volstaan met minder ingrijpende maatregelen. Daarover is niets overwogen in het bestreden besluit. Ter zitting is duidelijk geworden dat de burgemeester inmiddels andere, minder ingrijpende, maatregelen heeft getroffen, namelijk de plaatsing van vier camera’s in de straat, extra politietoezicht en aanwijzing van de omgeving van de straat als veiligheidsrisicogebied met preventief fouilleren. Onder deze omstandigheden kan ook worden betwijfeld of sluiting van de woning op dit moment noodzakelijk is.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit tot sluiting van de woning van verzoekers ten aanzien van de bevoegdheid en de noodzaak onvoldoende is gemotiveerd. Hij heeft op dit moment te veel twijfel of sluiting van de woning voor een maand stand kan houden. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek toe en schorst het bestreden besluit tot twee weken na de door de burgemeester te nemen beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de burgemeester verzoekers vandaag weer toegang moet verlenen tot hun woning.
5.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de burgemeester het griffierecht aan verzoekers vergoeden.

De beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit van 2 januari 2026 tot twee weken na de bekendmaking van
de beslissing op bezwaar;
- draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 200,- aan verzoekers te
vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2026 door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier. Deze uitspraak zal geanonimiseerd worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.