ECLI:NL:RBZWB:2026:2671

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
11905776 CV EXPL 25-4951 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Vermariën
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling zakelijke abonnementsfactuur ANWB toegewezen ondanks betwisting

ANWB vordert betaling van een factuur van €399,45 voor een zakelijk abonnement dat [gedaagde] bij ANWB had afgesloten. [gedaagde] betwist de vordering met het argument dat zij niet kan betalen en dat het abonnement reeds is opgezegd.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de factuur moet betalen omdat zij het abonnement ten tijde van de factuur erkent en onvoldoende bewijs levert voor de opzegging of contractsovername. De stelling van betalingsonmacht wordt verworpen omdat de onderneming nog bestaat.

De gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 30 januari 2024 en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Ook worden de proceskosten aan ANWB toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is gewezen door mr. Vermariën op 25 maart 2026.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de factuur, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11905776 \ CV EXPL 25-4951
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
ANWB B.V., MEDE H.O.D.N. "ANWB VOOR DE ZAAK",
gevestigd te ’s-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: ANWB,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: de heer [gemachtigde] .

1.De zaak in het kort

1.1.
[gedaagde] heeft bij ANWB een overeenkomst afgesloten met betrekking tot geleverde diensten van ANWB. ANWB heeft [gedaagde] hiervoor een factuur gestuurd van € 399,45. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald. [gedaagde] vindt dat zij de factuur niet hoeft te betalen, omdat zij niet kan betalen en omdat het zakelijk abonnement reeds is opgezegd. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de factuur moet betalen en de medegevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten zijn daarom ook toewijsbaar. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 september 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met producties;
- de conclusie van dupliek.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.Het geschil

3.1.
ANWB vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 399,45, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 30 januari 2024 tot de dag van algehele voldoening, de buitengerechtelijke kosten van € 59,92 en de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] vindt dat de vorderingen moeten worden afgewezen met veroordeling van ANWB in de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

[gedaagde] moet de factuur betalen
4.1.
ANWB heeft [gedaagde] op 2 januari 2024 een factuur gestuurd. Uit die factuur blijkt dat [gedaagde] voor drie auto’s een zakelijk abonnement bij ANWB heeft afgesloten. [gedaagde] betwist de factuur niet en erkent bovendien dat zij ten tijde van de factuur een lopend zakelijk abonnement had bij ANWB. [gedaagde] voert allereerst het verweer dat zij de factuur niet kan betalen. [gedaagde] heeft haar stelling onderbouwd met twee verklaringen van onvermogen van zowel [gedaagde] als [b.v.] , eigenaar van [gedaagde] . Zoals ANWB terecht aanvoert, volgt uit het uittreksel van de KvK dat ANWB en [b.v.] niet zijn ontbonden. Omdat de bedrijven nog gewoon bestaan, is [gedaagde] daarom niet van haar betalingsverplichting bevrijd en moet zij in principe de factuur betalen.
4.2.
Als tweede verweer stelt [gedaagde] dat zij in 2024 gebeld heeft met ANWB waarin [gedaagde] heeft laten weten dat zij twee auto’s van een zakelijk abonnement wilde overzetten naar een particulier abonnement op naam van [persoon 1] en [persoon 2] . Omdat [gedaagde] het zakelijk abonnement al heeft beëindigd, hoeft zij de factuur niet te betalen, aldus [gedaagde] .
4.3.
De kantonrechter gaat hier niet in mee. De ANWB heeft namelijk in haar systemen geen contactmoment gevonden met [gedaagde] en betwist dan ook dat sprake is geweest van een contractsovername of beëindiging van de overeenkomst. Omdat de ANWB zegt van niets te weten, was het aan [gedaagde] om haar stelling nader te onderbouwen. Dit kon bijvoorbeeld door concreet te maken (met telefoongegevens) wanneer is gebeld, met wie is gesproken, of door een bevestigingsmail te overleggen. Dit is niet gebeurd. Hierdoor kan de kantonrechter nu niet vaststellen dat het telefoongesprek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en dat de ANWB akkoord is gegaan met deze overname. Uit de door [gedaagde] overgelegde particuliere ledenpassen volgt dit niet. Hieruit blijkt weliswaar dat [persoon 2] en [persoon 1] lid zijn van de ANWB sinds 2024, maar niet dat hiermee het contract van [gedaagde] zou zijn overgenomen. Er is verder nog een factuur overgelegd op naam van [persoon 2] , maar deze factuur ziet op de periode van 11 juni 2024 tot en met 10 juni 2025. Ook hieruit kan dus nog niet worden afgeleid dat het contract over de periode vanaf 2 januari 2024 zou zijn overgenomen.
Er is dus onvoldoende gebleken dat [gedaagde] het zakelijke abonnement heeft beëindigd en daarom moet [gedaagde] de factuur betalen.
De wettelijke handelsrente
4.4.
Gelet op het feit dat [gedaagde] in verzuim is met het betalen van de factuur, zal de gevorderde wettelijke handelsrente worden toegewezen vanaf 30 januari 2024.
De buitengerechtelijke incassokosten
4.5.
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
De proceskosten
4.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ANWB worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
462,35
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.7.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen een bedrag van € 399,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 januari 2024, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten aan ANWB van € 59,92,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 462,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.