Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2679

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
C-02-441283 - FA RK 25-5509
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en vaststelling convenant

Partijen zijn in 2003 in algehele gemeenschap van goederen getrouwd en hebben de Nederlandse nationaliteit. De vrouw diende op 27 oktober 2025 een verzoekschrift tot echtscheiding in, waarop de man op 20 november 2025 een verweerschrift met zelfstandig verzoek indiende. Beide partijen bereikten volledige overeenstemming over de gevolgen van de echtscheiding, vastgelegd in een door hen ondertekend echtscheidingsconvenant.

Zowel de vrouw als de man handhaafden hun verzoek tot echtscheiding en trokken overige verzoeken in. De rechtbank constateerde dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, hetgeen niet werd betwist. De verzoeken tot echtscheiding werden daarom als gegrond en onweersproken toegewezen.

De rechtbank besloot tevens dat de regelingen uit het echtscheidingsconvenant integraal deel uitmaken van de beschikking. Gezien de relatie tussen partijen werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd op 3 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter Benjaddi.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe en neemt het echtscheidingsconvenant op in de beschikking.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/441283 / FA RK 25-5509 (echtscheiding)
datum uitspraak: 3 maart 2026
beschikking over echtscheiding met nevenvoorzieningen
in de zaak van
[de vrouw],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. F.J.V.H. Stoffels,
en
[de man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. S.M.E. van Fraaijenhove van der Maas.
1. Het procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 27 oktober 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de vrouw;
- het op 20 november 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen van de man;
- de brief van mr. Van Fraaijenhove van der Maas van 11 februari 2026 met als bijlage
een door partijen ondertekend echtscheidingsconvenant;
- de brief van mr. Stoffels van 12 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
Zoals blijkt uit de stellingen en ingediende stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op [datum] 2003 in de gemeente Etten-Leur met elkaar getrouwd in algehele gemeenschap van goederen;
- partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.De beoordeling

3.1.
Uit de ingekomen stukken volgt dat partijen volledige overeenstemming hebben
bereikt over de gevolgen van hun echtscheiding. De gemaakte afspraken zijn neergelegd in
het door hen ondertekende echtscheidingsconvenant. Onder de gegeven omstandigheden heeft de vrouw haar verzoek tot echtscheiding gehandhaafd en voor het overige haar verzoeken ingetrokken. Zij verzoekt nu:
- echtscheiding;
De vrouw verzoekt de procedure schriftelijk af te doen.
3.2.
Namens de man is bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De afspraken zijn opgenomen in het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant. De man heeft zijn verzoek tot echtscheiding gehandhaafd. Voor het overige heeft hij zijn verzoeken ingetrokken of aangevuld. Hij verzoekt nu:
- echtscheiding;
- bepaling dat de regelingen zoals opgenomen in het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking.
Ook de man verzoekt de procedure schriftelijk af te doen.
Echtscheiding
3.3.
Beide partijen verzoeken de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De vrouw stelt dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht, hetgeen de man niet heeft betwist.
3.4.
De rechtbank overweegt dat de gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk niet is betwist en daarmee in rechte vast staat. Gelet daarop wijst de rechtbank de verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond en onweersproken toe.
3.5.
Verder verzoekt de man om aanhechting van het echtscheidingsconvenant aan de beschikking. De vrouw voert geen verweer tegen dit verzoek.
3.6.
De rechtbank wijst het verzoek als onweersproken en op de wet gegrond toe.
Proceskosten
3.7.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. Dit houdt in dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2003 in de gemeente
Etten-Leur, met elkaar getrouwd;
4.2.
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking;
4.3.
compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, rechter, en, in tegenwoordigheid van
mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.