Partijen zijn in 2003 in algehele gemeenschap van goederen getrouwd en hebben de Nederlandse nationaliteit. De vrouw diende op 27 oktober 2025 een verzoekschrift tot echtscheiding in, waarop de man op 20 november 2025 een verweerschrift met zelfstandig verzoek indiende. Beide partijen bereikten volledige overeenstemming over de gevolgen van de echtscheiding, vastgelegd in een door hen ondertekend echtscheidingsconvenant.
Zowel de vrouw als de man handhaafden hun verzoek tot echtscheiding en trokken overige verzoeken in. De rechtbank constateerde dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, hetgeen niet werd betwist. De verzoeken tot echtscheiding werden daarom als gegrond en onweersproken toegewezen.
De rechtbank besloot tevens dat de regelingen uit het echtscheidingsconvenant integraal deel uitmaken van de beschikking. Gezien de relatie tussen partijen werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd op 3 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter Benjaddi.