De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 3 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de echtscheiding van partijen die in 2011 in Roosendaal zijn getrouwd. Partijen hebben twee minderjarige kinderen en zijn van Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft het verzoek tot echtscheiding ingediend, waarbij de man geen verweer heeft gevoerd.
Partijen hebben volledige overeenstemming bereikt over de gevolgen van hun echtscheiding, vastgelegd in een ondertekend echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan. De rechtbank heeft deze documenten als onderdeel van de beschikking opgenomen en partijen verplicht deze na te komen. Tevens is bepaald dat partijen de huwelijksgemeenschap conform de gemaakte afspraken zullen verdelen.
De rechtbank heeft de echtscheiding toegewezen op grond van de duurzame ontwrichting van het huwelijk, die niet is betwist. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door rechter Benjaddi en griffier Hurkmans.