Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
article 15’ van de tussen partijen geldende aanneemovereenkomst moet worden gezien als een rechtskeuzebeding op grond waarvan het Bulgaarse recht van toepassing is. Of ‘
article 15’ daadwerkelijk kwalificeert als een rechtskeuzebeding, dient op grond van artikel 3 lid 5 jo Pro. artikel 10 lid 1 van Pro de Rome I-verordening (hierna ook: Rome I) te worden beoordeeld naar Bulgaars recht. [1] Partijen zijn daarom in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag hoe ‘
article 15’ van de aanneemovereenkomst naar Bulgaars recht dient te worden uitgelegd.
article 15’ Bulgaars recht van toepassing. Dora stelt dat het in dit geval een overeenkomst betreft met een Bulgaarse aannemer, waarbij uitdrukkelijk is bepaald dat op de rechtsverhouding tussen partijen de Bulgaarse Handelswet, de Wet op de Verbintenissen en Contracten, de Wet Ruimtelijke Ordening en de overige Bulgaarse wetgeving van toepassing zijn. Volgens Dora is dan ook een onvoorwaardelijke rechtskeuze voor het Bulgaarse recht gemaakt.
article 15’ door partijen een rechtskeuze is gemaakt voor Bulgaars recht, is dit volgens [persoon] geen onvoorwaardelijke rechtskeuze en is Bulgaars recht in dit geval niet van toepassing. Het rechtskeuzebeding geldt namelijk ‘
For the issues and relations between the parties not settled in this contract’. Dit kan op twee manieren worden geïnterpreteerd en leidt ertoe dat het rechtskeuzebeding ofwel ongeldig is omdat het onvoldoende is gespecificeerd, ofwel slechts beperkt van toepassing is op zaken die niet nadrukkelijk in de aanneemovereenkomst zijn geregeld. Bovendien wijst [persoon] erop dat ongeacht de geldigheid van het rechtskeuzebeding, artikel 9 Rome Pro I de toepasselijkheid van Bulgaars recht in de weg staat, omdat op het geschil tussen partijen dwingende Nederlandse publiekrechtelijke bepalingen van toepassing zijn. Dora heeft daarover de stelling ingenomen dat artikel 9 Rome Pro I de civielrechtelijke toepasselijkheid van het Bulgaars recht onverlet laat. Waarom dit volgens haar het geval is, heeft Dora op geen enkele wijze toegelicht.
article 15’ door partijen een rechtskeuze is gemaakt voor Bulgaars recht en dat artikel 9 Rome Pro I de toepasselijkheid van Bulgaars recht niet in de weg staat. Enige onderbouwing of uitleg naar Bulgaars recht of anderszins heeft zij aan deze standpunten geheel niet gegeven. STPL heeft daarentegen het standpunt ingenomen dat Nederlands recht van toepassing is. Dit heeft zij gemotiveerd (en naar Bulgaars recht) onderbouwd met de legal opinion van de Bulgaarse advocaat [persoon] . De rechtbank is daarom van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is op het geschil tussen partijen. Dat betekent voor de vorderingen het volgende.
payment sheetsvolgt dat het meerwerk € 78.300,00 bedraagt (€ 30.750,00 voor de woning en € 47.550,00 voor het meerwerk voor de loods en de negende bunker). In totaal gaat het dus om een bedrag van € 306.550,00. Dora gaat echter uit van een totaalbedrag van € 319.599,59. Waar dit bedrag op is gebaseerd, heeft Dora niet inzichtelijk gemaakt. Wat daar ook van zij, STPL heeft betalingsbewijzen in het geding gebracht, waaruit volgt dat STPL méér dan € 319.599,59 aan Dora heeft betaald. Deze betalingsbewijzen zijn steeds gebaseerd op door Dora in rekening gebrachte facturen, onder verwijzing naar de aanneemovereenkomst. Dora heeft de juistheid van deze facturen en betalingsbewijzen op geen enkele wijze weersproken. De rechtbank concludeert dan ook dat het gevorderde bedrag van € 319.599,59 reeds volledig is voldaan. Dora heeft – gelet op de betalingsbewijzen – immers niet, althans onvoldoende duidelijk gemaakt op grond waarvan zij nu nog (meer) betaling van STPL vordert. De vorderingen onder V tot en met IX zullen daarom als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.
Attached please find our Preliminary Fire Scenario for Construction which meets PGS-15 Requirements.”. Ook in dat brand(-veiligheids)scenario zelf wordt meermaals verwezen naar de PGS-15. In dat licht bezien is het – niet nader onderbouwde – standpunt van Dora dat niet is overeengekomen dat de bunkers aan de (brandveiligheids-)vereisten van de Richtlijn PGS 15 moesten voldoen, onhoudbaar.