Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 26 maart 2025 betreffende een herzieningsverzoek voor een Wajong-uitkering. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres het UWV op 11 december 2025 in gebreke heeft gesteld, waarna het UWV nog steeds niet heeft besloten.
Het UWV heeft als reden voor de vertraging aangevoerd dat een hoorzitting en spreekuur met een verzekeringsarts noodzakelijk zijn, maar dat er door een tekort aan verzekeringsartsen lange wachttijden zijn. De rechtbank oordeelt dat een termijn van twee weken onredelijk kort is en stelt een termijn van vier maanden vast waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 april 2026.