Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1932, voor de duur van zes maanden. Betrokkene lijdt aan Alzheimer dementie en vertoont ernstig nadeel door haar aandoening, waaronder ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de zitting, gehouden met gesloten deuren, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals haar casemanager, wijkverpleegkundige en dochters. Betrokkene gaf aan niet opgenomen te willen worden en haar geheugenproblemen toe te schrijven aan ouderdom. De casemanager en wijkverpleegkundige rapporteerden ernstige beperkingen in zelfzorg en mobiliteit, valgevaar en onvoldoende thuiszorg ondanks inzet van professionele en mantelzorg.
De rechtbank oordeelde dat opname noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen, dat betrokkene zich hiertegen verzet, maar dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging tot opname en verblijf werd daarom verleend voor zes maanden, met een geldigheidsduur tot 9 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.