Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2708

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/02/445249 / FA RK 26-908
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Weerkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1932, voor de duur van zes maanden. Betrokkene lijdt aan Alzheimer dementie en vertoont ernstig nadeel door haar aandoening, waaronder ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting, gehouden met gesloten deuren, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals haar casemanager, wijkverpleegkundige en dochters. Betrokkene gaf aan niet opgenomen te willen worden en haar geheugenproblemen toe te schrijven aan ouderdom. De casemanager en wijkverpleegkundige rapporteerden ernstige beperkingen in zelfzorg en mobiliteit, valgevaar en onvoldoende thuiszorg ondanks inzet van professionele en mantelzorg.

De rechtbank oordeelde dat opname noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen, dat betrokkene zich hiertegen verzet, maar dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging tot opname en verblijf werd daarom verleend voor zes maanden, met een geldigheidsduur tot 9 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene wegens Alzheimer dementie en ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445249 / FA RK 26-908
Datum uitspraak: 9 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1932 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Breewel-Witteveen;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager;
  • mevrouw [persoon 2] , dochter van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 3] , dochter van betrokkene;
  • [persoon 1] , wijkverpleegkundige.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene verklaart tijdens de zitting dat haar korte termijngeheugen slecht is maar dit met ouderdom te maken heeft. Verder geeft betrokkene aan niet veel meer in huis te doen omdat dit allemaal voor haar wordt gedaan. Dat betrokkene vergeet te eten komt omdat zij veel snoept en haar buik daarmee vult. Betrokkene geeft herhaaldelijk aan dat zij niet opgenomen wil worden. Dat ze onlangs is gevallen, kan ze zich niet meer herinneren.
3.2.
De casemanager geeft tijdens de zitting aan dat het korte termijngeheugen van betrokkene erg is aangedaan. Betrokkene vergeet voor zichzelf te zorgen (w.o. te eten en te drinken) en wordt ondersteund bij het wassen en aankleden. Ook gaat de mobiliteit van betrokkene erg achteruit waardoor betrokkene niet meer zelfstandig naar de wc kan of soms niet meer uit de stoel omhoog kan komen. Volgens de casemanager is geprobeerd de zorg verder uit te breiden maar is dit niet mogelijk gebleken. Ze krijgt al drie keer per dag verzorging vanuit de thuiszorg en de familie heeft extra zorg ingezet vanuit het PGB. Dan nog blijven er teveel uren over waarin betrokkene alleen thuis is. De dochter is door de zorg voor haar moeder overbelast geraakt. Het is voor betrokkene niet verantwoord om thuis te blijven wonen. Ze vindt de situatie van betrokkene zeer schrijnend. Betrokkene heeft intensieve, professionele dementiezorg nodig.
3.3.
De wijkverpleegkundige vult aan dat betrokkene vaak vergeet dat de thuiszorg komt. Ook geeft de wijkverpleegkundige aan dat betrokkene vorige week gevallen is.
3.4.
De dochter van betrokkene geeft aan dat drie keer per dag de thuiszorg komt en er ook nog extra zorg is ingekocht. Deze zorg kan volgens haar niet verder worden uitgebreid en de dochter van betrokkene geeft aan overbelast te raken. Het is volgens de dochter van betrokkene wachten totdat het fout gaat.
3.5.
De andere dochter van betrokkene verklaart de situatie lastig te vinden en is van mening dat de zorg nog kan worden uitgebreid door onder andere een beroep te doen op het netwerk van betrokkene en meer zorg in te kopen. De dochter vindt dat de levensvisie van betrokkene moet worden gerespecteerd ook al is de situatie niet ideaal.
3.6.
De advocaat van betrokkene bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil niet worden opgenomen en herkent zich niet in het ernstig nadeel. Ook is de situatie niet zo dreigend dat het misgaat met betrokkene als zij thuis blijft wonen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is sprake van dementie, type Alzheimer.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene niet meer zelfstandig kan koken, boodschappen doen en zichzelf kan verzorgen, zoals bij de toiletgang of het uit de stoel of bank omhoog komen, waardoor ze niet in staat is om bijvoorbeeld naar het toilet te gaan. Ook heeft betrokkene achterdochtige wanen en is er een aanzienlijk risico op valgevaar.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft herhaaldelijk kenbaar gemaakt niet te willen worden opgenomen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overlegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd en het niet langer verantwoord is om betrokkene thuis te laten wonen. Eerder is geprobeerd om de zorg uit te breiden maar dit is niet voldoende gelukt. Voorts dreigt het mantelzorgsysteem overbelast te raken.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1932 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
9 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.