Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2711

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/02/434160 / JE RK 25-664
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens verstoorde ouderlijke communicatie en loyaliteitsconflict

De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, waarbij de gecertificeerde instelling (GI) het resterende deel van het verzoek handhaaft. De minderjarige woont bij de moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De kinderrechter had eerder de ondertoezichtstelling verlengd tot 12 maart 2026.

Tijdens de zitting op 9 maart 2026 werd vastgesteld dat hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, zoals het volgen van therapieën en uitbreiding van omgangscontacten met de vader, de communicatie tussen de ouders nog steeds gespannen is. Dit leidt tot verwijten en een loyaliteitsconflict bij de minderjarige, wat negatief gedrag veroorzaakt. Het recent gestarte Parallel Solo Ouderschapstraject moet helpen dit conflict te verminderen.

De kinderrechter oordeelt dat de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige niet voldoende kan worden weggenomen zonder voortzetting van de ondertoezichtstelling. De ouders zijn het eens met de verlenging, omdat zij zelfstandig de problemen nog niet kunnen oplossen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd met drie maanden tot 12 juni 2026 en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd met drie maanden tot 12 juni 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/434160 / JE RK 25-664
Datum uitspraak: 9 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING, gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. G.M.H. Vriesde uit Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. G.J.J. van Dam-Lolkema uit Zwolle.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 11 juni 2025;
  • de brief met bijlagen van 9 februari 2026 van de GI.
1.2.
Op 9 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat en een tolk Pools;
  • de vader met zijn advocaat;
  • twee vertegenwoordigers van de GI.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 12 juni 2025 tot 12 maart 2026. Het overige deel van het verzoek van de GI is aangehouden.

3.Het verzoek

3.1.
Aan de orde is het resterende deel van het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, te weten een overige duur van drie maanden, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De nadere standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek. De afgelopen periode zijn er positieve stappen gezet. De moeder heeft de afgelopen periode de afspraken gevolgd van onder andere logopedie, fysiotherapie, orthopedie en school. De logopedist en de fysiotherapeut hebben verdere informatie gegeven aan de vader over de behandeling en tips gegeven over activiteiten die thuis geoefend kunnen worden. De afgelopen weken is er gesproken over de noodzaak dat de vader woorden gaat geven aan de gevoelens en wensen van [minderjarige] . [minderjarige] praat niet tot nauwelijks. De vader heeft geleerd om goed aan te sluiten bij [minderjarige] . In januari heeft de coördinator afspraken gecommuniceerd. De ouders geven sinds februari 2026 de fysieke overdracht voortaan zelfstandig vorm en per maart 2026 is de omgang tussen de vader en [minderjarige] uitgebreid naar vier uur in de twee weken, waarvan twee uur onbegeleid en twee uur begeleid. De vader wil graag de contactmomenten uitbreiden. De GI ziet dat er voldoende vaardigheden aanwezig zijn bij de vader om een langere tijd met [minderjarige] passend in te kunnen vullen. Het contact tussen de ouders is echter nog altijd gespannen, wat telkens leidt tot verwijten over en weer. Het is voor de ouders nog steeds moeilijk om in het belang van [minderjarige] te communiceren en handelen. De uitkomst van de zitting bij het Gerechtshof heeft geleid tot meer spanning. Inmiddels is gestart met Parallel Solo Ouderschap. Dit traject duurt negen maanden. De ouders hebben momenteel nog moeite om te focussen op de eigen opvoedsituatie. Verder merken de moeder en school negatief gedrag bij [minderjarige] na een contactmoment bij de vader. Dit kan komen door een loyaliteitsconflict. Het doel is om via Parallel Solo Ouderschap de last die [minderjarige] ervaart door het loyaliteitsconflict te verminderen. Er is tijd en ruimte nodig voor de ouders om te profiteren van het Parallel Solo Ouderschapstraject en het loyaliteitsconflict van [minderjarige] te verminderen. Afhankelijk van de ontwikkeling van de ouders kan de omgang aangepast worden naar de draagkrachten van [minderjarige] en de vaardigheden van de vader om aan te sluiten bij [minderjarige] . De GI acht het voeren van regie over het traject van Parallel Solo Ouderschap en de omgang binnen een ondertoezichtstelling nodig. Hulpverlening vanuit een vrijwillig kader is nog niet mogelijk. Eerst dienen er duidelijke afspraken te komen tussen de ouders. Wel wil de GI toewerken naar een afsluiting van de ondertoezichtstelling, echter is het de vraag of het de ouders lukt om de komende tijd voldoende stappen te zetten om zonder de regie van de GI verder te gaan.
4.2.
Door en namens de moeder is tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder is het eens met het verzoek. Momenteel gaat het beter met [minderjarige] . De moeder is echter niet in staat om zelfstandig de contacten met de vader te organiseren. Het traject Parallel Solo Ouderschap is daarnaast pas recent gestart en er moeten nog stappen gezet worden. De communicatie tussen de ouders verloopt namelijk nog niet goed en de vader komt niet alle afspraken na. Hierdoor is er mogelijk een loyaliteitsconflict ontstaan bij [minderjarige] . Verder vindt er momenteel stapsgewijs een uitbreiding van de omgang tussen de vader en [minderjarige] plaats.
4.3.
Door en namens de vader is tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De vader wil liever geen ondertoezichtstelling, echter zijn de komende drie maanden nog nodig om de laatste afspraken tussen de ouders te maken.

5.De nadere beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Hoewel er de afgelopen periode positieve stappen zijn gezet, zijn er nog steeds zorgen rondom de ontwikkeling van [minderjarige] . Het contact tussen de ouders is nog altijd gespannen en de ouders blijven elkaar over en weer verwijten maken. Ook tijdens de zitting was zichtbaar dat de ouders snel vervallen in het maken van verwijten naar de andere ouder. Het lukt de ouders nog niet om in het belang van [minderjarige] te communiceren en te handelen. Daarnaast hebben de ouders moeite om te focussen op hun eigen opvoedsituatie. Verder merken de moeder en school negatief gedrag bij [minderjarige] na een contactmoment bij de vader, wat kan komen door een loyaliteitsconflict bij [minderjarige] .
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Beide ouders zien in dat het hen zelfstandig (nog) niet lukt om de zorgen rondom [minderjarige] weg te nemen en stemmen in met het (restant)verzoek van de GI. Recent is het traject Parallel Solo Ouderschap gestart. Er is tijd en ruimte nodig voor de ouders om te profiteren van het Parallel Solo Ouderschapstraject en het loyaliteitsconflict van [minderjarige] te verminderen. Daarnaast wordt momenteel de omgang tussen de vader en [minderjarige] nog opgebouwd. De kinderrechter acht de regie van de GI nog noodzakelijk, omdat het de ouders, gelet op hun verstoorde verhoudingen, zelfstandig niet lukt om te komen tot afspraken rondom [minderjarige] en daarbij het belang van [minderjarige] voorop te stellen.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de overige duur van drie maanden.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 12 maart 2026 tot 12 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 20 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.