Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , mentor van betrokkene;
- mevrouw [persoon 2] , psycholoog;
- [persoon 3] , verzorgende.
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
de duur van zes maanden. De raadsman heeft nog aangevoerd dat de aanvraag te laat is ingediend, gelet op het bepaalde in artikel 25, derde lid van de Wzd. Dat is op zich zelf juist maar nu de aanvraag voor de afloop van de geldigheidsduur is ingediend en de behandeling ook voor die tijd heeft plaatsgevonden verbindt de wet daaraan geen consequenties. Wel moet de rechtbank vaststellen dat de termijn van artikel 39, eerste lid Wzd is overschreden: de rechter moet beslissen binnen 3 weken na indiening van het verzoekschrift. Dit is helaas niet gelukt. Gelet op het overschrijden van die beslistermijn in artikel 39 lid 1 Wzd Pro kan de rechtbank enkel volstaan met het verlenen van een rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden.
6.De beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats] ;