De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 9 maart 2026 besloten de ondertoezichtstelling (OTS) van een minderjarige te verlengen tot 18 maart 2027. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging omdat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd en passende hulpverlening nog maar recent is gestart. De minderjarige vertoont ingewikkeld gedrag en staat op een wachtlijst voor behandeling bij Basic Trust.
De ouders, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, wonen gescheiden en stemmen in met het verzoek tot verlenging. De kinderrechter constateert dat de onduidelijkheid over het contact met de vader en het gedrag van de minderjarige de situatie bemoeilijken. De hulpverlening is nog pril en het pleeggezin heeft aangegeven het verblijf te willen inkorten vanwege het gedrag van de minderjarige.
Gezien de ernst van de bedreiging en het feit dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat heeft, acht de kinderrechter verlenging noodzakelijk. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de verlenging direct ingaat, ook bij hoger beroep. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak.