Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2716

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/02/444491 / FA RK 26-477
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvWet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking tot verbetering van zorgmachtiging op grond van de Wvggz

Op 17 februari 2026 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant een zorgmachtiging verleend aan betrokkene op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor de duur van zes maanden. Deze machtiging omvatte verschillende vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, medische controles, opname in een accommodatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten.

Na schriftelijke vaststelling van deze beschikking op 3 maart 2026, meldde de accommodatie op 6 maart 2026 dat de schriftelijke beschikking een kennelijke schrijffout bevatte: de verplichte zorgvorm 'het beperken van de bewegingsvrijheid' was abusievelijk niet opgenomen, terwijl dit mondeling wel was uitgesproken. De accommodatie verzocht om verbetering van deze fout.

De rechtbank oordeelde dat deze fout eenvoudig te herstellen was zonder dat partijen in hun belangen werden geschaad. Op 9 maart 2026 werd de beschikking daarom hersteld door de ontbrekende zorgvorm toe te voegen. De griffier werd opgedragen een afschrift van de verbeterde beschikking aan partijen te verstrekken. Tegen deze herstelbeschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank heeft de zorgmachtiging van 17 februari 2026 hersteld door de verplichte zorgvorm 'beperking van de bewegingsvrijheid' toe te voegen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444491 / FA RK 26-477
Datum herstelbeschikking: 9 maart 2026
Beschikking ter verbetering van de beschikking van deze rechtbank van 17 februari 2026
in de zaak naar aanleiding van het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Op 17 februari 2026 heeft de rechtbank, bij wijze van mondelinge uitspraak, op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) een zorgmachtiging verleend voor betrokkene voor de duur van zes maanden, dus tot 17 augustus 2026. Hierbij zijn de volgende vormen van verplichte zorg toegestaan:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
  • opnemen in een accommodatie.
De rechtbank heeft deze vormen van verplichte zorg aangekruist op de “kennisgeving mondelinge uitspraak”. Een afschrift hiervan is na afloop van de zitting verstrekt aan de advocaat en aan de behandelaren. Op 3 maart 2026 heeft de rechtbank voormelde beschikking schriftelijk vastgesteld en gedeeld met partijen.
1.2.
In het op 6 maart 2026 ontvangen e-mailbericht van [accommodatie] is, samengevat, aangegeven dat de beschikking met daarin de schriftelijke vaststelling van de beschikking van 17 februari 2026 een kennelijke verschrijving bevat, namelijk dat in de schriftelijke beschikking abusievelijk niet de vorm van verplichte zorg “het beperken van de bewegingsvrijheid” is opgenomen, terwijl dit wel mondeling is uitgesproken. [accommodatie] verzoekt om de beschikking op dit punt te verbeteren.

2.De beoordeling

2.1.
Ingevolge artikel 31 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
2.2.
De rechtbank is, gelet op de overgelegde stukken, van oordeel dat de beschikking van 17 februari 2026, welke op 3 maart 2026 schriftelijk is vastgesteld, een kennelijke schrijffout bevat zoals door [accommodatie] is aangegeven. Deze schrijffout is voor eenvoudig herstel vatbaar. Partijen worden naar het oordeel van de rechtbank niet in hun belangen geschaad door de verzochte verbetering. Nu is gebleken dat voormelde beschikking een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare schrijffout bevat, zal de rechtbank de in deze zaak gegeven beschikking van 17 februari 2026 verbeteren zoals hieronder weergegeven.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
bepaalt dat het navolgende gedeelte in rechtsoverweging 4.7 van de in deze zaak gegeven beschikking van deze rechtbank van 17 februari 2026:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
  • opnemen in een accommodatie.
wordt gewijzigd in:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
  • opnemen in een accommodatie.
3.2.
bepaalt dat deze wijziging onder vermelding van de datum 9 maart 2026 wordt vermeld op de minuut van de beschikking gedateerd op 17 februari 2026;
3.3.
bepaalt dat de griffier van de verbeterde minuut van de beschikking gedateerd op
17 februari 2026 aan de in de oorspronkelijke procedure verschenen partijen een afschrift, zo nodig opgemaakt in executoriale vorm, verstrekt.
Deze herstelbeschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.