Betrokkene, lijdend aan een neurocognitieve stoornis ten gevolge van multiple sclerose, verblijft tegen haar wil in een zorgaccommodatie. Het Centrum Indicatiestelling Zorg verzoekt om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden. Betrokkene wenst terugkeer naar huis, waar haar echtgenoot en zoon zorg willen bieden, maar de mentor en zorgspecialisten achten de zorg in de accommodatie noodzakelijk vanwege de intensieve zorgbehoefte en veiligheidsrisico's.
Tijdens de zitting zijn betrokkene, haar echtgenoot, zoon, mentor, specialist ouderengeneeskunde en verzorgende gehoord. De rechtbank constateert dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder levensgevaar en lichamelijk letsel, en dat zij haar belangen niet goed kan behartigen. Er zijn signalen van onveilige thuissituatie en conflicten tussen familie en zorgverleners.
De rechtbank oordeelt dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen. Hoewel betrokkene zich verzet en thuis wil verblijven, zijn er geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend voor vier maanden, met de nadruk op het gezamenlijk opstellen van een plan om de terugkeer naar huis mogelijk te maken.