De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter om toestemming voor wijziging van de verblijfplaats van een minderjarige die sinds november 2024 in een pleeggezin verblijft. De GI baseerde het verzoek op zorgen over hygiëne, veiligheid, belastbaarheid van de pleegvader en de samenwerking met hulpverleners. Ondanks intensieve begeleiding was er volgens de GI onvoldoende verbetering en werd een ander pleeggezin gezocht.
De pleegouders, evenals de ouders van de minderjarige, verzetten zich tegen het verzoek. Zij stelden dat de minderjarige zich goed ontwikkelt, zich veilig voelt en dat de pleegouders leerbaar zijn en verbeteringen hebben doorgevoerd. Ook werd gewezen op het risico van een nieuwe hechtingsbreuk bij overplaatsing.
De kinderrechter oordeelde dat de minderjarige sinds meer dan een jaar door de pleegouders wordt verzorgd en dat er onvoldoende grond is voor een wijziging van de verblijfplaats. De ontwikkeling van de minderjarige stagneert niet en de relatie tussen pleegouders en ouders is verbeterd. Gezien het ontbreken van een duidelijk perspectief en een alternatief pleeggezin, is het belang van de minderjarige gediend met het blijven bij het huidige pleeggezin.
De kinderrechter benadrukte het belang van een verbeterde samenwerking tussen pleegouders en pleegzorgwerker en gaf de GI de ruimte om bij veranderde omstandigheden een nieuw verzoek in te dienen. Het verzoek tot wijziging van de verblijfplaats werd daarom afgewezen.